Dit is de Nederlandse versie van deze pagina
Ga naar de Franse versie
Ga naar de Engels versie
Slag om Amiens
8 augustus 1918
Australische soldaten poseren met de Britse bemanning van een tank bij Lamotte–Warfusée, Frankrijk, 8 augustus 1918. [AWM E04922]
Tussen eind maart en eind juli 1918 was het de strategie van het Duitse leger aan het Westelijk Front om eerst een wig te drijven tussen de Britse en Franse legers en daarna de Britten te verslaan alvorens de Fransen te overmeesteren. De Duitse bevelhebbers pleitten voor deze strategie, want de terugtrekking van Rusland uit de oorlog bood hen de gelegenheid om Duitse divisies uit het oosten te verplaatsen en deze in het westen te gebruiken. De strategie moest snel uitgevoerd worden, voordat de snelle opbouw van de Amerikaanse strijdkrachten de Geallieerden te sterk maakten voor de Duitsers om ooit te winnen.
Het Duitse offensief tegen de Britten begon op 21 maart en van toen tot eind juli namen de Duitsers overal het initiatief en probeerden de Fransen en Britten voor de strijd uit te dagen.
Op 14 juli 1918 lanceerde het Duitse leger zijn laatste grote aanval op de Fransen in het gebied van de Marne, ten oosten van Parijs en aan beide kanten van de grote stad Reims. De Fransen hadden deze aanval verwacht en hadden hun frontlinie licht bezet gehouden. Terwijl de Duitsers oprukten, liepen ze vervolgens een sterke troep Franse reservisten tegen het lijf en werden teruggedreven. Op 18 juli deden de Fransen, samen met verse Amerikaanse divisies, een tegenaanval. Deze Frans-Amerikaanse opmars dreef de vijand naar zijn voornaamste voorraad-spoorweghoofd terug. De Duitsers waren overrompeld en begonnen zich terug te trekken. Een groot offensief tegen de Britten in Vlaanderen werd afgelast, terwijl versterkingen naar het zuiden werden gezonden. Het was een keerpunt aan het Westelijk Front. Het grote Duitse offensief was tot wankelen gebracht en werd niet opnieuw begonnen. Het initiatief was nu aan de Geallieerden en er werd besloten om een grote Britse aanval te lanceren ten oosten van Villers-Bretonneux. Men dacht dat door de voortdurende Australische bestokingen daar het moreel van de Duitsers laag zou zijn en hun versterkingen zwak.
De Slag om Amiens die tussen 8 en 11 augustus 1918 gestreden werd, markeerde het begin van de Britse opmars die uitliep op de wapenstilstand van 11 november 1918. De voorbereidingen voor de slag hielden ongekende veiligheidsmaatregelen in om een maximaal verrassingseffect te bewerkstelligen. Het Canadese Korps werd in het geheim overgeplaatst naar het gebied van de Somme en nam de zuidelijke helft over van de Australische frontlinie. Het Australische Korps werd tussen de Canadezen en de Somme verzameld, terwijl de Britten de linie ten noorden van de rivier bezet hielden. De infanterie organiseerde in de vroege uren van 8 augustus hun verzamelstellingen. Er kwam een dichte mist opzetten en daarboven dreunden onzichtbare vliegtuigen waardoor het lawaai van de tanks die de infanterie zouden ondersteunen niet te horen was. De mist was om 4u.20 nog steeds dicht toen het spervuur van de artillerie geopend werd en de opmars begon.
Deze vroege aanvallen werden in een dichte mist uitgevoerd met infanterie en tanks die zich naar men hoopte in de goede richting voortbewogen. Het eerste doelwit werd tegen 7u.30 ingenomen en enkele Duitse stellingen werden gepasseerd en daarna van achteren aangevallen. De meeste Duitse veldartillerie werd onder de voet gelopen en snel overwonnen. Tegen 8u.20 begon de mist op te trekken en namen verse troepen de opmars over. Charles Bean, de officiële Australische historicus, schreef:
Wat later trok de mist volledig op en voor een moment namen alle ogen op het slagveld het verbazingwekkende strijdtoneel op: infanterie in rijen van honderden kleine afdelingscolonnes die allemaal oprukten – met tanks, geweren, batterij na batterij, de teams waren klaar voor de aanval.
Charles Bean, Anzac to Amiens, Canberra, 1948, blz.471
Toen de mist optrok openden Duitse geweren het vuur op de tanks en schakelden er veel van uit, maar de Australische infanterie ging door en liep spoedig de meeste kanonnen onder de voet. Het grootste deel van het uiteindelijke doelwit voor die dag, de oude buitenste linie van de verdedigingswerken van Amiens, werd veroverd. De Canadese en Franse aanvallen waren goed verlopen, net als die van de Australiërs en 25 kilometers van het Duitse front ten zuiden van de Somme werden weggevaagd in een overwinning die alle voorgaande successen van het Britse leger aan het Westelijk Front verreweg overtrof. Er werden meer dan 13.000 Duitsers gevangen genomen en meer dan 200 kanonnen veroverd. De Fransen hadden 3500 soldaten gevangen genomen. Generaal Eric von Ludendorff, de Duitse bevelhebber, schreef later over 8 augustus 1918:
[Het] was de zwarte dag van het Duitse leger in deze oorlog. … Op 8 augustus begon de aftakeling van die vastberaden [Duitse] vechtkracht … Er moet een eind komen aan de oorlog.
Ludendorff, geciteerd door Charles Bean, Anzac to Amiens, Canberra, 1948, blz.473
De opmars werd de volgende dagen voortgezet waarbij de Australiërs Etinehem, Lihons en Proyart innamen. Tijdens het offensief, voornamelijk van 9 tot 12 augustus vielen er 6.000 Australische slachtoffers, gedood en gewond.
© 2012 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - December 2010
![Australische soldaten poseren met de Britse bemanning van een tank bij Lamotte–Warfusée, Frankrijk, 8 augustus 1918. [AWM E04922]](/heath-cemetery/images/e04922-tn.jpg)