Dernancourt
28 maart en 5 april 1918
De eerste maanden van 1918 waren een tijd van Duitse voorbereidingen en Geallieerde bezorgdheid. Het grote Britse offensief van Ieper in België in de tweede helft van 1917 had niet de lang verwachte doorbraak van de vijandelijke linies bereikt en de definitieve terugtrekking van Rusland uit de oorlog begin 1918 maakte veel Duitse divisies vrij om naar het Westelijk Front gezonden te worden. De Duitse bevelhebbers dachten dat de lente van 1918 waarschijnlijk hun laatste kans was om de Britten en Fransen te verslaan voordat ze door de opbouw van Amerikaanse strijdkrachten in Frankrijk uiteindelijk tot mislukking gedoemd zouden zijn. Met een doorbraak van de Geallieerde linie konden de Duitsers misschien de Britse en Franse legers opsplitsen en de Britten naar de Noordzeekust terugdringen waar ze in de pan gehakt konden worden. Generaal Eric von Ludendorff, de Duitse bevelhebber, verwachtte geen volledige overwinning, maar hoopte op een situatie waarin zijn vijanden genoodzaakt zouden worden om rond de onderhandelingstafel te komen zitten. Op 21 maart 1918 lanceerde Ludendorff ten oosten van de Somme nabij St Quentin zijn grote offensief tegen de Britten. Het was een succes en spoedig trokken Britse troepen zich snel over het oude slagveld van de Somme terug naar de grotere stad Amiens.
De vijf divisies van de Australische Imperiale Strijdkrachten, die nu in het Australische Korps ondergebracht waren, hadden de winter van 1917-18 in België doorgebracht. Terwijl deze nieuwe crisis zich aan de Somme ontwikkelde, werden Australische eenheden met spoed naar het zuiden overgebracht om de Duitse opmars tegen te houden. Op 27 maart 1918 namen onderdelen van de Vierde Divisie stellingen in rond Dernancourt. Dit dorp aan de Ancre grenst in het zuidwesten aan Albert dat door de Duitsers bezet was. Op 28 maart deden de Duitsers een poging hun opmars voort te zetten. In de ochtendmist kwamen de Duitsers langs de spoorbaan uit Albert. Ze werden in het begin persoonlijk door sergeant Stanley McDougall van het 47ste Bataljon (Queensland en Tasmanië) tegengehouden. Toen de Duitsers er in slaagden vaste voet in een Australische linie te krijgen, viel sergeant McDougall, alweer in zijn eentje, de Duitse stelling aan. Hij doodde zeven mannen en nam een machinegeweer in beslag dat hij op de aanvallers richtte, waardoor hij hen op de vlucht jaagde en veel slachtoffers veroorzaakte. Hij zette zijn aanval voort tot zijn munitie op was, greep toen een bajonet en viel weer aan en doodde nog drie manschappen en een officier. Daarna doodde hij nog meer vijandelijke soldaten met een Lewis machinegeweer en zorgde er voor dat er drieëndertig mannen gevangen werden genomen. De actie van McDougall redde de situatie en voor zijn moed werd hem het Victoriakruis toegekend.
Op die dag verspreidden de gevechten zich langs het gehele front tussen Dernancourt en Albert. Het 48ste Bataljon (Zuid-Australië en West-Australië) en de 12de Machinegeweer Compagnie die een Britse eenheid ondersteunden, werden fel aangevallen maar alle aanvallen werden teruggeslagen. Britse en Australische artillerie belemmerden Duitse pogingen om troepen te hergroeperen en om ondersteuningstroepen voor verdere aanvallen naar het front te brengen. Eén Duitse poging tot een aanval werd door wat Charles Bean, de officiële Australische historicus ‘een nogal vreemde gebeurtenis’ noemde, in de war geschopt. Terwijl de Duitsers zich voor de aanval verzamelden, veroorzaakte een verdwaalde granaat een ontploffing in een oude Britse munitieopslagplaats. Het lawaai was oorverdovend en de Duitsers vluchtten uit elkaar. Tegen die tijd waren de Australiërs, die drie dagen en nachten druk bezig waren geweest met verplaatsen, marcheren, graven en vechten zonder veel slaap, bijna uitgeput. De regen die laat in de middag als motregen begon, werd tijdens de nacht heviger wat verdere Duitse aanvallen onwaarschijnlijk maakte. De Australiërs werden spoedig voor een rustperiode van de linie teruggeroepen.
Op 5 april 1918 deden de Duitsers opnieuw een poging bij Dernancourt. Het 47ste en het 48ste Bataljon die na de gevechten van 28 maart uitgerust waren, bevonden zich weer aan de linie. Onder dekking van ochtendmist en geconfronteerd met een felle Australische weerstand stelden de Duitsers zich aan de achterhoede van het 48ste Bataljon op. Met behulp van een spoorbrug even ten westen van Dernancourt slaagden de vijandelijke soldaten er in om achter de Australische voorposten te komen die zich langs de spoordijk bevonden. De Duitsers brachten een veldkanon naar het front om de Australische flank in het noorden te bedreigen. Het 48ste Bataljon dat de Duitsers aan het front bedwongen had, maar die nu merkten dat ze omsingeld waren, redde zichzelf door zich vechtend terug te trekken. Om 17u.15 deden de Australische reservisten een tegenaanval en ondanks zware beschietingen slaagden ze er in om de Duitsers terug te dringen en daarmee hun strijd te beëindigen. Charles Bean beschreef het belang van de gevechten bij Dernancourt:
Dit was de sterkste aanval die in deze oorlog op de Australische troepen gedaan werd … Op die twee dagen [4 en 5 april 1918] kwam hier en meer naar het noorden en zuiden werkelijk een einde aan het eerste en grootste offensief van Ludendorff in 1918.
Charles Bean, Anzac to Amiens, Canberra, 1948, blz.426
Deze site wordt regelmatig aangevuld. Zie de Updates pagina voor regelmatige nieuwe toevoegingen.
© 2008 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - November 2008
![Het slagveld van Dernancourt, juli 1919. [AWM E05566]](/dernancourt/images/awm-e05566-tn.jpg)