Dit is de Nederlandse versie van deze pagina
Ga naar de Franse versie
Ga naar de Engels versie
Winter van Flers en de Somme
Oktober 1916 – februari 1917
Na hun acties bij Pozières en Mouquet Farm in juli, augustus en september 1916 werden de divisies van de Australische Imperiale Strijdkrachten weggestuurd om de linies ten oosten van Ieper in België te bezetten. Dit was toen een relatief rustige sector.
Vanwege de verliezen die de Australiërs aan de Somme geleden hadden, was het een schok om te horen dat ze daar half oktober 1916 weer terug moesten keren. De overplaatsing was erg onpopulair. Een toeschouwer die Australiërs op 12 oktober 1916 uit Vlaanderen zag vertrekken merkte op hoe gedeprimeerd de mannen er uitzagen ‘zonder de minste opgewektheid’.
Het was herfst en het begon te regenen tegen de tijd dat de Australiërs de Somme bereikten en het hele slagveld was een modderzee geworden. Opgebroken grond waar in droog weer gemakkelijk over gelopen kon worden, werd een moeras. Loopgraven en paden waren dikwijls onbegaanbaar. Soms deden ploegen brancarddragers er uren over om een gewonde man binnen te brengen, omdat de modder de tocht tot een kilometer per uur vertraagde.
Terwijl de Australiërs de Somme bereikten, naderde het grote offensief dat op 1 juli 1916 met zoveel hoop was begonnen zijn eind. De strijd ging nu om de inname van bruikbare stellingen voor de winter, omdat het dan onmogelijk was grote militaire operaties uit te voeren. Op 5 november 1916 lanceerden de Australiërs voor zonsopgang een aanval nabij Gueudecourt en nog één halverwege de ochtend nabij Flers. Een verdere aanval vond plaats nabij Flers op de 14de. Deze gevechten werden in de slechtste omstandigheden gevoerd die de Australiërs aan het Westelijk Front zouden ervaren.
Deze aanvallen werden door twee bataljons van de Eerste Divisie uitgevoerd. Het bataljon bij Gueudecourt werd na een uitputtende tocht door de modder gezien en beschoten en was niet in staat zich in niemandsland op te stellen. De troepen rukten goed op maar door de slechte omstandigheden konden ze geen gelijke tred houden met het kruipende spervuur. Dezelfde omstandigheden herhaalden zich later op de dag bij Flers en terwijl troepen van beide aanvallende legers voor een paar uur gedeeltes van de vijandelijke loopgraven bezet hielden, waren de gedeeltelijke overwinningen niet verdedigbaar en trokken de Australiërs zich terug. De overwinningen die op 14 november bij een tweede poging bij Flers gemaakt werden, moesten ook opgegeven worden.
Op 18 november 1916 eindigde officieel de Slag aan de Somme en voor de rest van de winter van 1916-17 bezetten de Australiërs de linie ten oosten van Flers. Hiervandaan oefenden ze druk uit op de Duitsers met kleine aanvallen en overvallen. De grootste strijd was echter tegen de modder, regen en bevriezing.
De frontlinies lagen soms wel op twaalf kilometer afstand van goede wegen en daarom werd er veel moeite gedaan om aanvoerwegen te repareren zodat voorraden naar het front konden worden gebracht. Bij het naderen van het front gingen de wegen over in ‘plankieren’, het enige wegdek dat het mogelijk maakte de modderzee over te steken. Voorraden warm eten, leren vesten, lieslaarzen, wollen handschoenen en droge sokken bereikten het front geleidelijk aan, waar ze de vreselijke omstandigheden misschien niet goed maar in ieder geval draaglijk maakten. In de achterhoede waren zowel de accommodatie en het comfort van de reservetroepen echter opvallend verbeterd.
Gedurende vier weken van half januari tot half februari 1917 met kouder en helderder weer was het land en water hard bevroren wat de omstandigheden verbeterde, maar weer voor nieuwe problemen zorgde. Brood kon niet met een mes gesneden worden, handen werden in een paar seconden gevoelloos van de kou als ze ontbloot waren, kokende thee veranderde snel in ijs en Duitse granaten die niet langer door de modder beschermd werden, ontploften met meer dodelijke gevolgen. Deze ervaringen tijdens de ‘Sommewinter’ konden moeilijk worden vergeten door de mannen die in die tijd dienden. Een historicus van de AIF beschreef de stemming die de vreselijke verliezen van de gevechten aan de Somme en de beproevingen van de winter met zich meebracht:
De wereld leek een voortdurende cyclus van pijn, ellende en dood en mannen leken onafgebroken zware arbeid te moeten verrichten, totdat hun zielen afgestorven waren en ze hun tijd op aarde aan de grillen van een kwaadwillig lot overlieten … Ze waren in Armageddon aangekomen.
Bill Gammage, The Broken Years, Sydney, 1990
© 2012 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - December 2010
