• english
  • french
  • belgian
Belgian

Slag om Hamel
4 juli 1918

Amerikaanse en Australische soldaten in Pear Trench, Le Hamel, 4 juli 1918. Het verwoeste dorp Le Hamel ligt op de achtergrond. [AWM E02844A]

Amerikaanse en Australische soldaten in Pear Trench, Le Hamel, 4 juli 1918. Het verwoeste dorp Le Hamel ligt op de achtergrond. [AWM E02844A]

Toen het Duitse offensief eind april 1918 in de richting van Amiens eindigde, vroegen de Geallieerde strijdkrachten zich af waar de Duitsers de volgende keer zouden aanvallen. De Australiërs moesten de linie ten oosten van Villers-Bretonneux bewaken vanwaar ze de Duitsers tussen april en juli 1918 bleven bestoken met een tactiek die ‘vriendelijke inname’ werd genoemd. Dit hield in dat er vijandelijke partouilles belaagd werden, dat er voortdurend kleine aanvallen op Duitse linies gedaan werden, dat er slecht verdedigde stukken van die linies veroverd werden, kortom dat het leven van de Duitse soldaten tegenover hen zo moeilijk mogelijk gemaakt werd. Tijdens deze maanden werkte het Britse en Franse hoge bevel aan een nieuw offensief dat ten oosten van Villers-Bretonneux gelanceerd zou worden en waarbij de Canadezen en de Australiërs zich in de voorhoede zouden bevinden in een gebied ten zuiden van de Somme.

Terwijl deze plannen werden ontwikkeld stuitten de Duitsers in het zuiden weer op de Fransen. In een paar dagen hadden ze het front meer dan veertig kilometer in de richting van Parijs opgeschoven en bevonden ze ongeveer waar ze in 1914 waren geweest, op aanvalsafstand van de stad. De Geallieerden waren niet zeker van het preciese doel van de Duitsers, omdat er ook vijandelijke voorbereidingen werden gemaakt voor een ander offensief in het noorden van Vlaanderen. Over het algemeen nam men aan dat in plaats van Parijs als doel, de Duitsers waarschijnlijk probeerden om de Britse reservisten erbij te betrekken om de Britse Expeditie Strijdkrachten uit te putten. In ieder geval was het nog steeds een gespannen tijd voor de Britten en de Fransen – de strijdkracht van de Verenigde Staten was nog niet vertoond en de Duitsers hielden nog steeds het initiatief.

Op dat moment werd het bevel van het Australische Korps overgegeven aan een Australiër, luitenant-generaal John Monash. De eerste grote actie van het Korps onder bevel van Monash was de aanval op een gedeelte van de Duitse linie dat in een kleine salient rond Le Hamel uitstulpte, ten noordoosten van Villers-Bretonneux. De voorbereidingen voor de aanval waren bijzondere grondig en uitgebreid, wat Monash karakteriseerde. De Slag om Hamel werd op 4 juli 1918 gestreden en is beroemd als een voorbeeld voor wat militairen een ‘all-arms’ strijd noemen. Dit betekende eenvoudigweg dat er ter ondersteuning van de opmars van de infanterie een grote reeks andere wapens beschikbaar was om grond te winnen – tanks, artillerie en machinegeweren, alsook communicatie-eenheden enz. Deze droegen allen bij tot een goed geplande aanval. Bij de Australiërs waren een aantal Amerikanen ondergebracht en het was geen toeval dat de aanval op 4 juli, onafhankelijksdag, gepland was.

De strijd bij Le Hamel was een briljant succes en was na ongeveer 90 minuten voorbij. Op sommige plaatsen werd de opmars door Duitse machinegeweren verhinderd. Soldaat Henry Dalziel van het 15de Bataljon (Queensland en Tasmanië), slechts met een revolver gewapend, bestormde Duitse soldaten met machinegeweren en veroverde de post. Vice-korporaal Thomas Axford van het 16de Bataljon (West-Australië) gebruikte granaten om een andere post van machinegeweren te vernietigen die in handen was van 16 Duitsers. Dalziel en Axford werden het Victoriakruis toegekend.

Met de strijd in Le Hamel werd ook de eerste Eremedaille in de Eerste Wereldoorlog verleend aan een soldaat van het Amerikaanseleger, korporaal Thomas Pope. In zijn eervolle vermelding staat dat hij ‘een nest van machinegeweren bestormde, verschillende leden van de bemanning met een bajonet doodde en terwijl hij schrijlings over zijn geweer stond de anderen op afstand hield tot er versterking kwam die hen gevangen nam.’

Een hoogtepunt in de strijd bij Le Hamel was het succes van de Britse tanks. Australische soldaten waren erg sceptisch over de waarde van deze machines sinds hun rampzalige mislukking in april 1917 bij Bullecourt. Deze nieuwe tanks waren echter sneller en gemakkelijker wendbaar en de Australische infanterie kon er goed mee samenwerken. Eén van de bevelhebbers van een tank vertelde hoe de Australiërs nooit voelden dat de aanwezigheid van een tank hen ‘vrijstelde om te vechten en [ze] maakten onmiddellijk gebruik van elke gelegenheid die de tanks creëerden’. Transporttanks, een andere vernieuwing, brachten voorraden achter de opmars aan, een taak die normaal gesproken door honderden infanteristen werd uitgevoerd. Eskadron nr 3 van het Australische Vliegkorps, dropten met weer een andere vernieuwing per parachute munitie bij de Australische troepen. De Australiërs leden 1400 slachtoffers en de onervaren Amerikanen die goed vochten, verloren 176 slachtoffers. Alle doelwitten werden ingenomen en meer dan 1600 Duitsers werden gevangen genomen. Charles Bean, de officiële historicus van Australië, schreef:

Het voornaamste resultaat van Hamel was dat de zorgvuldige voorbereiding van Monash een voorbeeld werd voor bijna elke volgende aanval van de Britse infanterie met tanks gedurende de rest van de oorlog.

Charles Bean, Anzac to Amiens, Canberra, 1948, blz.462


Deze site wordt regelmatig aangevuld. Zie de Updates pagina voor regelmatige nieuwe toevoegingen.

© 2008 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - November 2008