Opmars naar de Hindenburglinie
Februari–april 1917
Na afloop van de Slag aan de Somme brachten de mannen van de Australische Imperiale Strijdkrachten de winter van 1916-17 door bij Flers en Gueudecourt ten westen van Bapaume waar ze de frontlinie bezet hielden. Deze ervaring van de ‘Sommewinter’ was ellendig, koud, gevaarlijk en monotoon. Gedurende deze periode begonnen de Duitsers met de constructie van een nieuwe linie meer naar het oosten, die bij de Britten als de ‘Hindenburglinie’ bekend stond, naar de opperbevelhebber, veldmaarschalk Paul von Hindenburg. De Duitsers dachten deze begin 1917 klaar te hebben en dan zouden ze zich naar deze nieuwe loopgraven terugtrekken. Deze verplaatsing zou hun front recht maken en twee grote uitstulpingen, of ‘salients’, in de Geallieerde linies tussen Soissons in het zuiden en Arras in het noorden elimineren. De nieuwe linie zou rechter en korter zijn, zodat er minder divisies met manschappen nodig waren en waardoor meer mannen in gebieden achter het front konden uitrusten. Het algemene Duitse plan voor 1917 was om een defensieve houding aan te nemen. Ze zouden standhouden aan het Westelijk Front, maar met onderzeeërs onbeperkte strijd aanbinden tegen Britse en Geallieerde schepen in de Atlantische oceaan, welke essentieel oorlogsmateriaal naar Groot Brittannië brachten. Met deze strategie hoopten ze de Britten binnen zes maanden op de knieën te krijgen.
Eind februari 1917 begonnen de Duitsers zich naar de Hindenburglinie terug te trekken. Omdat de nieuwe versterkingen nog steeds niet klaar waren, lieten ze een sterke achterhoede in het veld achter dat ze op het punt stonden prijs te geven, om de Geallieerde troepen die de vijand volgden, tegen te houden. Tussen 24 februari en 9 april 1917 streden de Australiërs in een reeks gevechten op de velden ten westen van Bapaume totdat ze de Hindenburglinie bereikten.
Op 24 februari 1917 gaven verlaten loopgraven aan dat de Duitsers waren begonnen zich terug te trekken. Patrouilles ontdekten al snel dat de vijand zich van het Australische front terugtrok, waarbij ze een magere bescherming van kleine posten en patrouilles achterlieten. Deze situatie had een magisch effect op het moreel van de Australiërs. Ze volgden de terugtrekking in een goede stemming, terwijl ze bedacht waren op valstrikken. Patrouilles drongen de Duitse bescherming tot Warlencourt terug, bijna tot aan Le Barque aan de voet van de heuvels van Bapaume, waar sterkere Duitse posten de opmars tegenhielden. In de nacht van 26 februari namen de Australiërs Le Barque en Ligny-Thilloy in en spoedig hadden ze posten onder Bapaume.
Op 2 maart bezetten de Australiërs al vroeg Malt Trench op de heuvels ten noordwesten van Bapaume nabij Loupart Wood. Later werden in een schuilhol in Loupart Wood Duitse bevelen tot terugtrekking naar de Hindenburglinie ontdekt, wat suggereerde dat op 15 maart de grootste terugtrekking zou plaatsvinden en dat de Duitse achterhoede zich op de 17de zou terugtrekken. Tegen 7u.45 die dag bevonden Australische patrouilles zich in de buitenwijken van een brandend Bapaume. Nadat ze door de rokende straten waren getrokken, kwamen ze tevoorschijn in het bijna onaangetaste groene landschap dat daarachter lag, blij dat ze de loopgraven en de modder van de Somme achter zich konden laten.
Om de Geallieerden bij het naderen van de Hindenburglinie te vertragen lieten de Duitsers in loopgraven bij bijna elk dorp een bescherming van sterke garnizoenen achter. Op 18 en 19 maart namen de Australiërs Frimicourt, Lebucquitre en Velu in. Daarvandaan konden ze de brede roestige prikkeldraadversperringen en de verschansingen van witte kalk van de Hindenburglinie zien die zich vijf kilometer verder bovenop de heuvels bevonden. De poging om op 20 maart Noreuil in te nemen mislukte, maar Beaumetz en Morchies werden op de 21ste veroverd. Duitse tegenaanvallen bij Beaumetz werden op de 23ste en 24ste afgeslagen.
Op 21 maart kwam er een Duits vliegtuig voor de Australiërs neer en terwijl de piloot naar zijn eigen linies rende, schoot een Australiër op hem en werd hij gevangen genomen. De piloot, Prins Frederick Karel van Pruisen, werd naar een hulppost gedragen. Voordat hij een paar dagen later in het ziekenhuis overleed, bedankte hij de Australiërs en andere betrokkenen voor hun vriendelijkheid en ‘eerlijk spel’. Hij was ook ‘sportief’, zei hij.
Op 26 maart 1917 viel Lagnicourt in een heftige strijd die 400 slachtoffers kostte. Op 2 april volgde een nog zwaardere strijd om Noreuil die 600 slachtoffers kostte. Op 9 april 1917 werden de laatste belangrijke dorpen die de Hindenburglinie beschermden ingenomen, drie dagen nadat onbeperkte Duitse aanvallen door onderzeeërs er de oorzaak van waren dat de Verenigde Staten de oorlog aan Duitsland verklaarde. De volgende Australische aanval zou op de Hindenburglinie zelf zijn.
Deze site wordt regelmatig aangevuld. Zie de Updates pagina voor regelmatige nieuwe toevoegingen.
© 2008 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - November 2008
