Dit is de Nederlandse versie van deze pagina
Ga naar de Franse versie
Ga naar de Engels versie
Hindenburglinie en Montbrehain
27 september – 5 oktober 1918
Kapitein John Harry Fletcher MC (Military Cross), luitenant Joseph Lindley Scales MM, DSO (Distinguished Service Order) en kapitein John Austin Mahony MC, allen van het 24ste Bataljon, gefotografeerd in 1918. Kapitein Fletcher en kapitein Mahony sneuvelden beiden in de strijd bij Montbrehain op 5 oktober 1918. [AWM P03688.006]
Eind september 1918 kwam het bondgenootschap van de zogenaamde centrale machten – de Duitse en Oostenrijkse-Hongaarse keizerrijken, het Osmaanse keizerrijk en Bulgarije – in moeilijkheden. Aan het Westelijk Front was het Duitse leger zich sinds begin augustus aan het terugtrekken na de mislukking van het omvangrijke lente- en zomeroffensief om door de Britse en Franse linies te breken. Een Geallieerd offensief in Bulgarije had de natie naar de onderhandelingstafel gebracht. Oostenrijk-Hongarije zocht ook mogelijkheden voor een afzonderlijke vrede en Osmaanse (Turkse) strijdkrachten hadden problemen in het Midden-Oosten.
Op 29 september 1918 besloten de Duitse opperbevelhebbers ook voor een wapenstilstand te onderhandelen. Ze hadden problemen met legers die terugkeerden en stonden onder druk op het thuisfront. De Geallieerde scheepvaartblokkade had ernstige voedseltekorten veroorzaakt voor de burgerbevolking en de leden van het eerder genegeerde Duitse Parlement eisten meer democratisch zeggenschap over het land na twaalf maanden feitelijke militaire beheersing. Na een nieuwe kanselier werd Prins Max von Baden op 1 oktober 1918 aangesteld. De democratische leiders in het Duits Parlement werden door een militaire woordvoerder ingelicht:
[Het] leger kan nog maandenlang sterk standhouden tegenover zijn tegenstanders … elke dag brengt onze tegenstander dichter bij zijn doel en zal deze minder geneigd zijn om een vrede met ons te sluiten die redelijk is. Daarom moeten we niet langer tijd verliezen [om te proberen een wapenstilstand te bereiken.]
Majoor Bussche, in J H Johnson, 1918, The Unexpected Victory, Londen, 2000, blz. 147
Terwijl de dramatische politieke evenementen zich op het thuisfront afspeelden, werden langs het hele Westelijk Front Duitse stellingen door Geallieerde troepen aangevallen. Op 26 september begonnen de Amerikanen met een aanval in de richting van Sedan in het zuiden. Op 27 september begonnen de Britten en de Belgen met het terugdringen in de richting van Gent in België. Op 28 september deden andere Britse en Franse legers een aanval in Noord-Frankrijk.
De Australiërs zouden de sterk verdedigde Hindenburglinie aanvallen op een zes kilometer wijde landbrug tussen Bellicourt en Vendhuille, waar het St Quentinkanaal door een tunnel onder de grond geleid werd. Een artilleriebeschieting van twee dagen ging aan de aanval vooraf. Na een voortdurende strijd van bijna twee maanden waren Australische eenheden zwak in aantal en had het gemiddelde bataljon slechts 300 manschappen voor de strijd beschikbaar. De Australiërs werden versterkt door enthousiaste maar onervaren Amerikaanse troepen met eenheden die drie keer zo sterk waren als de uitgeputte Australiërs. De Amerikanen namen de afdelingen aan de linker- en rechterkant over, met het Australische Korps in het midden. Tweehonderdtien Australische officieren en manschappen hielpen de Amerikanen, die aanvallen zouden doen op de belangrijke Hindenburglinie op het terrein boven de tunnel en de tweede (Le Catelet) linie anderhalve kilometer verder. Australische soldaten zouden dan tussen de Amerikanen door passeren en de aanval drie tot vier kilometer verderop doen op de derde (Beaurevoir) linie.
Twee dagen voor de grote aanval hadden de Amerikanen weinig succes bij een voorbereidende aanval. Vanwege berichtgevingen dat de Amerikanen zich nog voorop bevonden werd het kruipend spervuur op 29 september afgelast. Extra tanks werden toebedeeld aan de Amerikanen die probeerden de startlinie te bereiken, zodat de grote aanval op tijd kon beginnen. De twee Amerikaanse divisies deden op 29 september bij zonsopgang een aanval in dichte mist die nog dichter werd door rook, maar de soldaten konden de weg niet vinden door de mist en werden bovendien opgehouden door de afwezigheid van veel van hun officieren. Degenen die aan de aanval deelnamen, vielen al snel slachtoffer en nadat ze stukken van de vijandelijke frontlinie waren binnengevallen, werden de troepen teruggedreven of geïsoleerd en door Duitse tegenaanvallen in het nauw gedreven.
De Australische divisies die om 9u.00 voor de tweede fase naar het front kwamen, werden aan de linkerkant door machinegeweren beschoten voordat de voorpost van de Hindenburglinie was bereikt en daarna aan de rechterkant net voorbij Bellicourt. Ondersteuning van de artillerie werd eerst geweigerd, omdat men ten onrechte dacht dat de Amerikanen zich voorop bevonden. Na drie dagen zware gevechten met Lewis geweren en granaten, veroverden de Australiërs de eerste twee Duitse linies die Amerikaanse doelwitten waren geweest. Op 3 oktober 1918 braken de Australiërs door de laatste verdedigingswerken van de Hindenburglinie, de derde (Beaurevoir) linie. Twee dagen later, in een strijd met zware verliezen, veroverden Australiërs Montbrehain.
Dit waren de laatste gevechten van de infanterie die door Australische soldaten aan het Westelijk Front gestreden werden. De vijf Australische divisies werden nu voor een rustperiode teruggehaald en trokken weer naar de linie om deel te nemen aan de strijd op 11 november 1918, de dag waarop de wapenstilstand werd afgekondigd. De laatste Australiërs in de strijd aan het Westelijk front waren de mannen van het Australische Vliegkorps en enkele eenheden van de artillerie.
Toen de gevechten afgelopen waren, moest Australië over een oorlog heen zien te komen die haar meer dan 61.000 doden had gekost. Hiervan lagen er 46.000, 75%, in de grond van Frankrijk en België en 18.000, 39%, werden nooit geborgen voor een begrafenis of, als ze geborgen werden konden ze niet worden geïdentificeerd. Dit zijn schrijnende statistieken, vooral ook als men zich realiseert dat de Tweede Wereldoorlog, hoe erg deze ook was, Australië 39.000 doden kostte verspreid over de drie takken van het leger. Militair gezien had Australië tegen het einde van de oorlog een goede reputatie en samen met de strijdkrachten van de andere landen van het Britse Rijk zoals Canada en Nieuw-Zeeland, werden Australiërs beschouwd als sommige van de beste gevechtstroepen in de Britse Expeditie Strijdkrachten. Charles Bean, de officiële historicus van Australië, vond dat dit zeker het geval was en somde de bijdrage van Australië aan het Geallieerde doel in deze woorden op:
Er is geen twijfel – hoewel hun eigen mensen in Australië het eerst moeilijk konden geloven – dat de gemoedsgesteldheid en bekwaamheid van de Australische Imperiale Strijdkrachten, en met name van de infanterie, tijdens het laatste jaar van de gevechten in Frankrijk een doorslaggevende invloed had op de afloop van de strijd aldaar, net zoals de strijdkrachten uit de overige domeinen.
Charles Bean, Anzac to Amiens, Canberra, 1948, blz.494
In Frankrijk en België was de oorlog voor de Australiërs, ondanks de bijdrage van de artillerie en andere ondersteunende eenheden, een oorlog van de infanteristen. Misschien kunnen we daarom het laatste woord geven aan iemand die zelf voldoende gelegenheid had om de dode en lijdende soldaten van de frontlinies te zien. Korporaal Roger Morgan van de Eerste Australische Veldambulance, was van 1916 tot 1918 gedurende de oorlog aan het Westelijk Front in dienst van de AIF. Hij raakte twee keer gewond. Op 11 november 1918, terwijl Australiërs van Sydney tot Perth overal in de straten dansten, schreef hij de volgende herinneringen in zijn dagboek:
… je zit treurig te denken aan de vele vrienden die ‘naar het rijk zijn gegaan waar niemand van terugkomt’. Het lijkt zo vreemd dat het zo moet zijn, dat je beste vrienden moeten vallen en dat ik, zelfs ik hier nog ben. Mannen in de bloei van hun leven hebben de hoogste prijs betaald, niet uit eigen wil, want ze wensten allemaal te leven, naar huis terug te keren en te vergeten, ja gewoon de verschrikkingen van het verleden te vergeten. De meesten van ons namen dienst uit … vaderlandsliefde of lust naar avontuur, maar niemand … had ook maar het minste idee van de prijs …Alstublieft God …de opofferingen zijn niet voor niets geweest.
Korporaal R Morgan, geciteerd in Bill Gammage, The Broken Years, Melbourne, 1990, blz.294
© 2012 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - December 2010
![Kapitein John Harry Fletcher MC (Military Cross), luitenant Joseph Lindley Scales MM, DSO (Distinguished Service Order) en kapitein John Austin Mahony MC, allen van het 24ste Bataljon, gefotografeerd in 1918. Kapitein Fletcher en kapitein Mahony sneuvelden beiden in de strijd bij Montbrehain op 5 oktober 1918. [AWM P03688.006]](/montbrehain/images/p03688_006-tn.jpg)