Voorpost van de Hindenburglinie, Bellenglise – St Quentin kanaal
18 september 1918

Troepen van het 45ste Bataljon (New South Wales), op hun pas overwonnen doel voor de ‘Voorpost van de Hindenburglinie’, Frankrijk, september 1918. [AWM E03260]

Troepen van het 45ste Bataljon (New South Wales), op hun pas overwonnen doel voor de ‘Voorpost van de Hindenburglinie’, Frankrijk, september 1918. [AWM E03260]

In augustus en begin september 1918 trok het Duitse leger zich aan het Westelijk Front terug onder een opeenvolging van aanvallen van de Geallieerden. Vanaf 8 augustus rukten de legers van de Britse Expeditie Strijdkrachten op vanaf een linie tussen Arras in het noorden en de vereniging met de Franse strijdkrachten ten zuiden van Villers-Brettoneux. Tegen 2 september hadden de Duitsers hun bolwerken in de bocht van de Somme bij Mont St Quentin en Péronne verlaten en trokken ze zich terug naar de posities van de oude Hindenburglinie van maart 1917. Voor de Geallieerden was de aanval en verovering van deze verdedigingswerken duidelijk de volgende stap. Als ze daarin slaagden zouden de Duitsers gedwongen worden nog meer van de Franse grond op te geven die ze in 1914 hadden veroverd, maar de meeste Geallieerde bevelhebbers verwachtten dat de oorlog tot in 1919 zou blijven voortduren en dat er geen succesvol einde bereikt zou kunnen worden voordat de Amerikaanse troepen in Europa volledig opgebouwd waren.

Op 18 september vielen de Eerste en Vierde Australische Divisies de voorste rand van de Hindenburglinie aan. De voorste rand stond bekend als de voorpost van de Hindenburglinie. Deze linie bestond uit oude Britse loopgraven, drie linies diep, waarvan het Duitse bevel had besloten om deze aan de verdedigingswerken van de Hindenburglinie toe te voegen. Door middel van aggressieve patrouilletactieken die ‘vriendelijke inname’ genoemd werden, veroverden de Australiërs op 11 september de eerste van deze linies. De tweede en derde linie waren te sterk voor deze tactieken en vereisten een aanval op grote schaal. Het Britse Oorlogskabinet was bezorgd dat er bij een aanval op de Hindenburglinie zware verliezen geleden zouden worden, maar de bevelhebber van de Britse Expeditie Strijdkrachten, veldmaarschalk Sir Douglas Haig, vond dat de aanval op ‘de oude Britse linies het moreel van het Duitse leger zou beproeven en helpen bij de beslissing of de echte Hindenburglinie daarachter wijselijk aangevallen kon worden.’

Het regende terwijl Britse en Australische strijdkrachten zich op 18 september naar de startlijnen bewogen. Het spervuur van de artillerie, dat om 5u.20 begon was volgens velen het zwaarste dat ze ooit gezien hadden. Ondanks de dichte mist was de aanvallende infanterie in staat om richting te houden en veel Duitsers werden in de mist ingehaald en afgesneden. Sergeant Maurice Buckley van het 13de Bataljon (New South Wales), die impulsief met een Lewis machinegeweer schoot, bestormde twee vijandelijke voorposten die de opmars tegenhielden. Toen de bevelhebber van zijn peloton een Duitse stelling met een veldkanon en loopgraaf-mortier aanwees, riep sergeant Buckley zijn sectie toe om hem te volgen en viel die post aan, terwijl hij nog meer korte stoten met zijn Lewis geweer afvuurde. Hij schakelde één geweerstelling uit en terwijl hij onder vijandelijk vuur van machinegeweren het terrein overstak, schakelde hij nog een stelling uit. Daarna schoot hij in de ingang van een schuilhol en nam 30 Duitsers gevangen die bij een Duits hoofdkwartier van bataljons behoorden. Voor zijn moed werd Buckley het Victoriakruis toegekend.

Om 8u.30 begon de tweede fase van de aanval. Ondersteund door een kruipend spervuur van de artillerie inclusief rookbommen, maar zonder de hulp van de mist die tegen die tijd opgetrokken was, bereikten de Australiërs, die aanvielen waar de oude Britse linies en de Duitse voorposten zich dicht bij elkaar bevonden, tegen 10u.30 hun tweede en derde doelwit. In de sector van de Vierde Divisie bevonden de oude Britse linies en de Duitse voorposten zich echter op heuvelruggen die 1500 meter uit elkaar lagen. De troepen op deze zuidelijke flank staken de open valleien over, maar werden tegengehouden door de sterk verdedigde voorpost van de Hindenburglinie die goed met dichte prikkeldraadversperringen beschermd was. Om 11u.00 brak het 46ste Bataljon (Victoria) door het prikkeldraad met de dubbele hulp van een korte, zware regenbui en een spervuur van de artillerie en nam zijn derde doel in waarbij 550 Duitsers gevangen genomen werden. Tezelfdertijd velde het 14de Bataljon (Victoria) meer vanuit het noorden deze loopgraven. De troepen aan de noordelijke flank van de Vierde Divisie hadden gebruik gemaakt van de veroverde loopgraven om een stelling in te nemen waar granaten konden worden gebruikt om hun derde doelwit in te nemen. Deze successen brachten de Australiërs naar de hoogtes die op Bellicourt en het St Quentin kanaal uitkeken. Ze waren tot de voornaamste verdedigingswerken van de Hindenburglinie opgerukt.

Op 18 september 1918 veroverden Australiërs 4300 gevangenen en 76 kanonnen ten koste van 1260 slachtoffers. Ze waren ver voorbij de flanken van Britse strijdkrachten gestormd om te demonstreren hoe zwak de verdediging van Hindenburg was. Dit moedigde de Britten aan om door te gaan met een grote aanval op wat werd beschouwd als de grootste vijandelijke stelling aan het Westelijk Front. Samen met Franse en Amerikaanse successen in het zuiden leek het nu mogelijk om de oorlog voor de winter van 1918-19 tot een succesvol einde te brengen.


© 2012 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - December 2010