De Slag om Mesen
7 juni 1917

Een beschieting in de Douvevallei, Mesen, juni 1917.

Een beschieting in de Douvevallei, Mesen, juni 1917. [AWM H12264]

Halverwege 1917 verliep de oorlog niet zo goed voor de Geallieerden. Het grote Franse offensief in mei onder generaal Robert Nivelle had weinig opgebracht en opstanden in het Franse leger leidden tot de vervanging van Nivelle. Er heerste wanorde in Rusland; in maart werd de imperiale regering ten val gebracht en er ontplooiden zich gebeurtenissen die uiteindelijk in november tot de overname van de macht door Lenin en de Bolsjewieken en de terugtrekking uit de oorlog zouden leiden. April 1917 was de ergste maand van de oorlog geweest, toen Duitse onderzeeërs koopvaardijschepen deden zinken, die noodzakelijk oorlogsmateriaal naar Groot-Brittannië brachten. Het leek erop dat de onbeperkte Duitse oorlogvoering met onderzeeërs inderdaad werkte. (Dit Duitse beleid was er de oorzaak van dat de Verenigde Staten aan de Geallieerde kant aan de oorlog deel gingen nemen, maar het zou meer dan een jaar duren voordat het Amerikaanse leger met enige kracht in Frankrijk zou arriveren.)

In deze situatie namen de Britten het initiatief aan het Westelijk Front. Sir Douglas Haig, de bevelhebber van het Britse expeditieleger, waarin de Australische Imperiale Strijdkrachten dienden, plande een grote campagne in België die bekend stond als het ‘Offensief van Vlaanderen’. Het allesomvattende doel was om ten oosten van Ieper een doorbraak te maken en de Duitsers van de Belgische kust te verdrijven. Eén voordeel dat hierbij werd verkondigd, was dat Duiste onderzeeërs van hun basissen in België zouden worden beroofd. Bovendien zou succes, zoals in die tijd gedacht werd, het Duitse leger ‘afmatten’ en hopelijk zou ontmoediging zich in Duitsland zelf verspreiden.

De eerste fase in het ‘Offensief van Vlaanderen’ was de geplande inname van de heuvelrug van Mesen-Wytschaete ten zuiden van Ieper, waar zich een groot vijandelijke salient, of uitstulping, in de Geallieerde linies bevond. Als de linie hier niet rechtgetrokken werd, zou een latere aanval vanaf Ieper in oostelijke richting een steeds langer wordende Duitse linie naar het zuiden veroorzaken, vanwaar artillerie in de Britse flanken zou kunnen schieten. De Britten bereidden het meest gedetailleerde plan voor dat ooit voor een Brits offensief gemaakt werd voor wat later bekend stond als de Slag om Mesen. Doelwitten voor de artillerie werden zorgvuldig in kaart gebracht en er werd een enorm groot spervuur van geschut van de artillerie en van machinegeweren ontworpen om de infanterie vooraf te gaan. Er werden enorme schaalmodellen van het gebied gebouwd en door de troepen bestudeerd, voornamelijk door diegenen in de Derde Australische Divisie onder het bevel van generaal-majoor John Monash.

Twee jaar lang hadden Britse en Duitse tunnel compagnies in het gebied van Mesen een ondergrondse oorlog gemanoeuvreerd en gestreden. De Britten slaagden erin om van de Duitsers geheim te houden dat ze 19 tunnels tot diep onder de Duitse loopgraven aan de frontlinie hadden doorgestoken. Vanaf november 1916 waren de oudste mijnen die zich drie kilometer ten zuidoosten van Ieper bij Hill 60 bevonden de verantwoordelijkheid van de Eerste Australische Tunnel Compagnie. Hun werk omvatte felle gevechten, ontploffing en tegenontploffing in het netwerk van tunnels, om de vijand uit de buurt van de diepe mijnen te houden.

De voorbereidende artilleriebeschietingen bij Mesen begonnen op 31 mei 1917. De Duitsers reageerden met zware beschietingen, onder andere met granaten met mosterdgas die op gebieden werden afgevuurd waar aanvallende troepen op weg naar de startlinies misschien doorheen zouden moeten gaan. Gedurende de nacht van 6 juni werd Ploegsteert Bos, waardoor de bataljons van de Derde Australische Divisie hun startlinies benaderden, met gasgranaten platgebombardeerd waardoor tijdelijk 500 mannen uitgeschakeld werden.

Om 3u.10 op 7 juni werd de mate van het spervuur verhevigd en vernietigden 19 grote ontploffingen de Duitse loopgraven aan de frontlinie. De infanterie van negen divisies trok daarna over niemandsland. De mijnen vernietigden Duitse stellingen en schokten het Duitse moreel in het gebied nabij het front. De infanterie stuitte bij enkele verwoeste boerderijen op sterke weerstand en voor de eerste keer troffen Australiërs betonnen bunkers aan die later ‘pillendozen’ genoemd werden. Tegen 5u.30 was Mesen echter door de Nieuw-Zeelandse Divisie ingenomen en waren de voornaamste heuvels langs het hele slagveld ingenomen. Terwijl troepen de nieuw overwonnen stellingen innamen om zich op de verwachte Duitse tegenaanvallen voor te bereiden, kwamen er meer troepen naar het front voor de aanval in de namiddag.

Mannen van de Vierde Australische Divisie verzamelden in een gebied dat die morgen door de Nieuw-Zeelandse Divisie was ingenomen. Ze werden aan de zuidkant ondersteund door de Derde Australische Divisie. Het plan kende een ernstig oonthoud toen de Britten die ten noorden van de Australiërs moesten oprukken te laat bij de startlinie aankwamen. Kapitein Arthur Maxwell die het bevel had over de Australische Compagnie aan de linkerflank, beval zijn mannen om het volledige Britse doelwit in de Oosttavernelinie, die de Duitsers gelukkig hadden opgegeven, te bezetten. De verlenging van de linkerflank van de Vierde Divisie opende een bres in het midden en de Oosttavernelinie werd pas later, na een strijd van vier dagen en nachten, volledig ingenomen.

De Slag om Mesen was een ‘mooi succes’. Deze verwijderde de Duitse salient ten zuiden van Ieper en plaveide de weg voor het grote offensief dat op 31 juli 1917 zou beginnen. De twee Australische Divisies leden echter bijna 6800 slachtoffers.


© 2012 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - December 2010