Mont St Quentin – Péronne
31 augustus – 2 september 1918

Australische soldaten verplaatsen zich langs een communicatieloopgraaf bij Mont St Quentin, Frankrijk, 1 september 1918. [AWM E03139]

Australische soldaten verplaatsen zich langs een communicatieloopgraaf bij Mont St Quentin, Frankrijk, 1 september 1918. [AWM E03139]

De grote Duitse offensieven in de lente en vroege zomer van 1918 waren begin augustus tot stilstand gekomen. De Geallieerden – de Britse strijdkrachten, de Fransen en de Amerikanen – bereidden zich nu voor om zelf aan te vallen en de Britten deden dat inderdaad op 8 augustus 1918 ten oosten van Amiens. Bij de Slag om Amiens dwongen Britse strijdkrachten, met het Australische Korps en het Canadese Korps in de voorhoede, ten zuiden van de Somme de Duitsers op één dag bijna twee kilometer terug, een afstand die ongehoord was in de tijd van de oude manier van oorlogvoeren in loopgraven van1915 – 17. Dit was het begin van een nieuwe periode, die soms de ‘Honderd Dagen’ genoemd wordt, van begin augustus tot de wapenstilstand op 11 november, die aan de gevechten een eind bracht. Tijdens deze periode trok het Duitse leger zich geleidelijk aan over Frankrijk en België naar de Duitse grens terug. Tegen het einde van deze periode werd de Duitse weerstand in de linie echter koppiger, terwijl de leiders van de naties probeerden vrede te sluiten.

De vijf divisies van het Australische Korps stonden onder het bevel van luitenant-generaal Sir John Monash, die door Koning George V tot ridder geslagen was na het grote succes van de Slag om Amiens. Voor de mannen van de AIF waren de ‘Honderd Dagen’ een tijd van een bijna voortdurende opmars. Een reeks acties, die op 8 augustus begon met Amiens, bracht hen van Villers-Bretonneux, over de hoogvlaktes van de Somme (een streek die bekend staat als de Santerre), naar het dorpje Montbrehain ten oosten van Péronne, een afstand van ongeveer 35 kilometer. Hoewel het een tijd van overwinningen op de Duitsers was, vielen er toch veel slachtoffers, gedood en gewond en tegen het einde van augustus waren de meeste Australische gevechtseenheden veel te zwak om de strijd in te gaan. Charles Bean, de officiële historicus van Australië, schreef: ‘… van de meeste Australische divisies was bekend dat ze sinds maart 1918 tot het uiterste waren ingezet.’

Tussen 9 en 31 augustus vochten de Australiërs tijdens de opmars in een aantal acties waarvan de namen bijna helemaal vergeten zijn – Lihons, Etinehem, Chuignes, Herleville, Bray. Tegen 29 augustus hadden de AIF de grote bocht in de Somme tegenover de oude stad Péronne bereikt. De soldaten waren uitgeput nadat ze dagenlang hadden gemarcheerd en zware gevechten hadden gestreden tegen een vijand die nog lang niet verslagen was. Monash besloot nu nog meer van hen te vergen en Mont St Quentin en Péronne in te nemen. Charles Bean, de officiële historicus van Australië, schreef:

[Monash] dacht dat hij de vijand waarschijnlijk kon verrassen door zijn voornaamste kracht naar de noordelijke kant van de Somme over te brengen en daarna de hoogte van Mont St Quentin te bestormen, die drie kilometer achter de bocht in de rivier lag en omdat men daar aan de zuidelijke voet uitzicht had op de oude stad Péronne met zijn oude torentjes, stadsmuren en grachten, de erkende sleutelpositie was.

Charles Bean, Anzac to Amiens, Canberra, 1948, blz. 479–480

Op de avond van 30 augustus staken de Australiërs van de Tweede Divisie, die de volgende morgen een poging moesten doen om Mont St Quentin te veroveren, de noordelijke oever van de Somme over om positie in te nemen’. Diep in de nacht bereikten ze pas de startlinie. Na zich twee dagen lang te hebben verplaatst en na twaalf uur vechten, kregen de troepen rum, wat normaal volgens Australisch gebruik pas na de strijd gebeurde. ‘Nooit eerder’, schreef Charles Bean, ‘was een verstrekking meer welkom’.

Om 5u.00 op 31 augustus 1918 stormden twee totaal onderbemande Australische bataljons, ondersteund door artillerie, met wilde schreeuwen als een ‘stel cowboys’ om hun aantal te maskeren, Mont St Quentin op. De roepende pelotons renden meteen op een menigte Duitsers af die verbijsterd leken en zich snel overgaven – in vele gevallen werden ze inderdaad zelfs met hun handen omhoog naar achteren geduwd en lieten hun machinegeweren op de grond achter. Ze hoorden bij één van de beste divisies van het Duitse leger die juist het overwerkte garnizoen hadden afgelost. ‘Het gebeurde allemaal in een flits’, schreef de historicus van één van de Duitse eenheden, ‘en voordat we ook maar één schot hadden gelost werden we onverwacht overmeesterd.’

De Australiërs stormden door en tegen de tijd dat ze de voornaamste Duitse loopgraaf hadden bereikt, was de helling van de berg voor hen bedekt met vijandelijke soldaten die langs beide kanten van de heuvel wegvluchtten. De Australiërs snelden door, op en over de top waar ze de Duitse ondersteuning en reservisten versloegen. In de achterhoede staken andere Australiërs de Somme over via een brug die Australische genieofficieren hadden gered en gerepareerd.

Op Mont St Quentin waren de weinige Australiërs echter niet in staat hun overwinning in handen te houden en Duitse reservisten dreven de verspreide troepen van de top terug. Eén Duitse schrijver vond dit een bewijs ‘dat zelfs goede Australische troepen geenszins onoverwinnelijk waren bij een sterke aanval’. De Australiërs hielden echter net onder de top stand en de volgende dag werd deze opnieuw overwonnen en veilig in handen gehouden. Op diezelfde dag, 1 september 1918, vielen Australische strijdkrachten ook Péronne binnen en namen het grootste deel van de stad in. De volgende dag viel deze volledig in Australische handen. Op deze drie dagen deelden de Australiërs, zonder tanks of beschermend spervuur – met een verlies van 3.000 slachtoffers – een geweldige klap uit aan vijf Duitse divisies en veroorzaakten een algemene Duitse terugtocht naar het oosten, terug naar de Hindenburglinie. De inname van Mont St Quentin en Péronne werd altijd beschouwd als één van de beste prestaties van de AIF aan het Westelijk Front en de intensiteit van de strijd blijkt duidelijk uit het feit dat er op 1 en 2 september 1918 zeven Victoriakruisen aan Australiërs werden toegekend.


© 2012 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - December 2010