Passendale
9 en 12 oktober 1917

Slagveld nabij Broodseinde, 4 november 1917.

Slagveld nabij Broodseinde, 4 november 1917. [AWM E01147]

Op 5 oktober 1917 had de Britse poging om de Duitse linie ten oosten van Ieper met een reeks acties van ‘pakken en vasthouden’ terug te dringen enige successen geboekt. Dit ging echter gepaard met grote verliezen. Duizenden mannen werden gedood, overleden aan hun verwondingen of raakten zo zwaar gewond dat ze nooit meer zouden vechten. Bovendien lag tussen de heuvelrug van Broodseinde, waar de aanval van 4 oktober zo succesvol was en Ieper een afstand van ongeveer acht kilometer een landschap dat vernietigd was door de artilleriebeschietingen van beide kanten. Zo lang het goed weer bleef, waren de Britten in staat geweest om voorraden en de zo belangrijke artillerie naar het front te brengen. Artillerie was het essentiële onderdeel van de ‘pakken en vasthouden’ tactieken, want als het ‘kruipend spervuur’ de oprukkende Britse infanterie niet kon beschermen, zouden ze in de macht van de de vijandelijke soldaten met machinegeweren vallen. Na 4 oktober 1917 stroomde het van de regen en werd het slagveld, en alle aanvoerwegen er naartoe, een modderzee. Het bleek zo goed als onmogelijk om onder deze omstandigheden met succes zwaar oorlogsmateriaal naar het front te brengen. Veel mannen van de hoogste rangen adviseerden tijdens de winter met het ‘Offensief van Vlaanderen’ te stoppen, maar generaal Sir Douglas Haig, de opperbevelhebber, was van mening dat de Duitsers bijna op hun breekpunt waren en gaf het bevel om de strijd voort te zetten.

Op 9 oktober 1917 deden Britse divisies, met de Australiërs ter ondersteuning, onder vreselijke omstandigheden een aanval in de richting van Passendale. Deze poging bleek zinloos in de modder en de regen, maar het hoge bevel dacht dat er genoeg grond was veroverd om op 12 oktober een nieuwe aanval te doen. De Australische Derde Divisie en de Nieuw-Zeelandse Divisie bevonden zich in de voorhoede, met de Australische Vierde Divisie ter ondersteuning. Zoals voorspeld ontploften de granaten van de ondersteunende beschietingen veelal schadeloos in de modder en was er weinig dekking van die bron voor handen. Mannen moesten zich slechts gewapend met granaten, geweren en lichte machinegeweren in het moeras een weg zien te banen naar de Duitse ‘pillendozen’.

Vooral de Nieuw-Zeelandse Divisie herinnert zich deze strijd als een afslachting. Er bevond zich nog ongehavend prikkeldraad voor sterk verdedigde Duitse stellingen en de Nieuw-Zeelanders werden met honderden tegelijk gedood en gewond. Het grootste deel van de Derde Australische Divisie kwam in de modder van de beekvallei onder Passendale vast te zitten en het middelpunt van de aanval werd door Duitse beschietingen met machinegeweren vertraagd. Een loopgraaf die bemand was met 35 Duitsers en vier machinegeweren werd door kapitein Clarence Jeffries en twaalf mannen van het 34ste Bataljon (New South Wales) aangevallen, waardoor de aanval nog even kon worden voortgezet. Kapitein Jeffries leidde nog enkele aanvallen op emplacementen van machinegeweren tot hij gedood werd. Hem werd het Victoriakruis postuum verleend.

Een paar Australiërs bereikten de rand van Passendale. Ze waren echter niet sterk genoeg om stand te houden en werden uiteindelijk gedwongen zich terug te trekken en hun overwinningen op te geven. De dag na de mislukte aanval hadden Australische brancarddragers moeite om de gewonden te vinden. De Duitsers vuurden niet op de groepen brancarddragers en wezen hen in sommige gevallen de weg naar de gewonde mannen. Enkele niet gewonde mannen werden snel in de modder gevonden, maar de taak van de brancarddragers was een nachtmerrie. Helaas waren veroverde Duitse ‘pillendozen’, die nu als hulpposten dienst deden en waar overal gewonden op brancards lagen, een magneet voor Duitse granaataanvallen. De Australische verliezen op 12 oktober waren 3.000 slachtoffers voor de Derde Divisie en 1.000 voor de Vierde Divisie, terwijl er geen terrein werd gewonnen.

De mislukking op 12 oktober maakte geen eind aan de Derde Slag om Ieper. Deels om de Duitsers te beletten de Fransen aan te vallen, deels om een betere plaats voor de winter in te winnen en deels om de aandacht af te leiden van de opkomende Britse verrassingsaanval bij Cambrai in Frankrijk, werd het Canadese Korps op 18 oktober in het gebied van de strijd gebracht om de uitgeputte Australiërs af te lossen. De Canadezen veroverden Passendale in vijf aanvallen tussen 26 oktober en 10 november, maar het ‘Offensief van Vlaanderen’ werd toen afgelast. Een gedeelte van de tijd kregen de Canadezen ondersteuning van Australische eenheden.

Tussen begin augustus en eind november 1917 leden de vijf Australische divisies 38.000 slachtoffers terwijl het totaal van alle Britse strijdkrachten 475.000 was. Meer dan 11.200 Australiërs werden gedood in de strijd of stierven aan verwondingen, 6.405 onder hen alleen al in oktober. Voor Australië was oktober 1917 inderdaad op zich de ergste maand in de oorlog met meer dan 26.000 Australische slachtoffers in de gevechten. De strijd om Passendale werd berucht vanwege de afschuwelijke omstandigheden waarin deze werd gevochten en het gehele ‘Offensief van Vlaanderen’ wordt meestal ‘Passendale’ genoemd. In de lente van 1918 vielen de Duitsers Ieper aan en alle overwonnen grond werd eind 1917 weer opgegeven.

In de velden van Vlaanderen waaien klaprozen
Tussen de kruisen, rij op rij,
Die onze plaats aanwijzen; en in de lucht
Blijven de leeuweriken dapper zingen, en vliegen
Nauwelijks hoorbaar over het kanongebulder aan de grond.

Van John McCrae, ‘In Flanders Fields’,
‘In de velden van Vlaanderen’.


© 2012 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - December 2010