Dit is de Nederlandse versie van deze pagina
Ga naar de Franse versie
Ga naar de Engels versie
Pozières
23 juli – 5 augustus 1916
Eind juli 1916 vochten de Australische Imperiale Strijdkrachten in hun eerste strijd bij de Slag aan de Somme. Op dat moment richtte de Britse strategie zich op de inbeslagneming van de heuvelrug ten oosten van Pozières. Vandaar kon men de aanval beginnen op Duitse bolwerken in het noorden bij Thiepval die tijdens het begin van de strijd op 1 juli 1916 niet onder de Britse aanvallen gevallen waren. Tegen de tijd dat de Australiërs bij de strijd aan de Somme betrokken raakten, was de operatie een reeks aanvallen geworden, niet zozeer met het doel op een doorbraak in de Duitse linies, maar om sleutelposities te veroveren en de vijand uit te putten.
Tussen 23 juli en 5 augustus 1916 veroverden de Australische Eerste en Tweede Divisies Pozières en de heuvelrug van Pozières, 500 meter ten oosten van het dorp. De eerste aanval begon op zondag 23 juli om 0u.30 toen de Eerste Divisie de Duitse frontlinie in beslag nam en in het daaropvolgende uur de hoofdweg door Pozières bereikte. Bij zonsopgang deden de Duitsers een tegenaanval, maar de Australiërs hielden stand.
De rest van Pozières viel tijdens de nacht van 23 op 24 juli en tijdens de nacht van 24 op 25 juli werden meer overwinningen behaald. De Duitsers reageerden op de inbeslagneming van Pozières door het merendeel van hun artillerie op de Australiërs te concentreren. Voortdurend spervuur werd op het dorp en de nauwe aanvoerswegen gericht, wat een nachtmerrie was bij het opstellen van troepen en het aanvallen in het donker.
De zware Duitse beschietingen op Pozières duurden drie dagen en dit was een nieuwe en zenuwslopende ervaring voor de Australiërs. Gedurende vijf dagen leed de Eerste Divisie 5285 slachtoffers, gedood en gewond. Tegen 27 juli had de 2de Divisie Pozières overwonnen.
De opperbevelhebber van de Britse acties in deze sector, generaal Sir Hubert Gough, beval de Tweede Divisie nu de OG linies op de heuvelrug van Pozières in te nemen. De aanval begon op 29 juli om 0u.15, maar de Duitse soldaten met machinegeweren waren er klaar voor en hun beschietingen waren vreselijk. De aanval mislukte, behalve aan de rechterflank, ten koste van 3500 slachtoffers.
Ondanks het verlies vroeg generaal-majoor Legge, die het bevel had over de Tweede Divisie, zijn mannen nog eens aan te vallen in plaats van zich na een mislukking terug te trekken. De aanval moest even voor het donker beginnen toen de OG linies duidelijk zichtbaar waren en opdat de aanvallende troepen niet opgemerkt zouden worden, werden diepe aanvoer- en startloopgraven uitgegraven. Deze werden voortdurend beschoten en velen stortten in ten gevolge van de intense belasting. Na drie minuten intense beschietingen op 4 augustus 1916, werd OG1 bestormd om 21u.15 en OG2 15 minuten later. De Australiërs rukten ongeveer zover op tot waar hun eigen kogels vielen. Dat betekende dat de Duitsers niet voldoende tijd hadden om hun schuilholen te verlaten en hun machinegeweren te installeren. De heuvelrug van Pozières en de OG linies langs de heuvelrug werden uiteindelijk ingenomen.
De Australiërs keken eindelijk uit over de wijde, vlakke vallei achter de heuvelrug van Pozières. Ze konden het verkeer van soldaten, geweren en aanvoer in de Duitse achterhoede zien. De uitgeputte Tweede Australische Divisie kon nu rusten nadat het 6848 slachtoffers had geleden, het grootste aantal dat ooit door een Australische divisie geleden werd tijdens één tocht naar de frontlinie.
© 2012 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - December 2010
