Boezinge, Essex Farm Cemetery
‘In de velden van Vlaanderen’, luitenant-kolonel John McCrae
Het lijkt wel of er altijd klaprozen op Essex Farm bloeien en nergens meer dan rond het graf van soldaat Valentine Joseph Strudwick van de geweerbrigade (perceel I, rij U, graf 8). Voor Strudwick’s grafsteen staan meestal tientallen houten kruisen en klaprozen van het Britse legioen, want zijn graf is één van de meest bezochte graven aan het Westelijk Front in deze meest bezochte begraafplaats. De aantrekkingskracht van Strudwick ligt in zijn leeftijd, hij was net 15 toen hij op 14 januari 1916 stierf. Honderden groepen van Britse scholen die op excursie zijn voor hun studie over het Westelijk Front, komen naar het graf van Strudwick. De grote getalen zijn zichtbaar in het bijna altijd weggesleten gras. Ze komen echter niet in drommen naar Essex Farm voor arme Joe Strudwick, hoe verdrietig zijn lot ook was, maar omdat hier de legende begon van de klaproos als de herdenkingsbloem.
In april 1915, werd majoor (wat hij toen was) John McCrae van de 1ste Brigade Canadese Veldartillerie, bij een medische verbandplaats in deze buurt geplaatst. De overblijfselen van een Britse verbandplaats, in een betonnen bunker die in de grond aan de kanaaloever is ingegraven, ligt net aan de andere kant van het pad naast de begraafplaats. De verbandplaats was echter nog niet met beton versterkt toen McCrae hier werkte.
De overblijfselen van de medische verbandplaats van de Eerste Wereldoorlog, Essex Farm Cemetery. [DVA]
McCrae was wat men een ‘warrior medic’, oorlogsdokter, zou kunnen noemen, want niet alleen was hij één van de meest gerespecteerde Canadese artsen van zijn generatie, hij had ook met onderscheiding in eenheden van het militieleger gediend en als officier in de Zuid-Afrikaanse Boerenoorlog. Als overtuigd ‘imperialist’, voorstander van het Britse Rijk, was McCrae vast overtuigd van het belang van het Britse Rijk en de noodzaak het zonodig met wapens te verdedigen. Toen hij in juni 1915 uit de artillerie gehaald werd om Canadees Ziekenhuis nr. 3 op te zetten, vertelde hij me, volgens een collega, CLC Allinson:
… op de meest onmilitaire wijze wat hij er van dacht om naar de medische kant overgeplaatst te worden en van zijn geliefde geweren weggerukt te worden. De laatse woorden die hij tot me richtte waren ‘Allinson, alle verdomde doktoren ter wereld zullen deze oorlog niet winnen: wat we nodig hebben zijn meer en meer mannen die vechten.
Allinson geciteerd in een Wikipedia artikel over McCrae, http://en.wikipedia.org/wiki/John_McCrae
Op 22 april 1915 kregen de Geallieerden, die de Salient ten noordoosten van het IJzerkanaal verdedigden, te maken met een nieuw en afschuwelijk wapen – chloorgas. De Duitsers lieten het gas, dat voor de eerste keer aan het Westelijk Front gebruikt werd, los op Franse en Canadese legers, maar het trof de Fransen het meest, velen onder hen inheemse troepen waren uit Noord-Afrika. Geconfronteerd met dit nieuwe wapen, waartegen men zich toen niet kon verdedigen, werden de manschappen uiteengeslagen en keerden in grote getale terug naar het kanaal en Boezinge. Marie de Milleville, die in die tijd als een klein kind in het dorp woonde, herinnert zich:
…het plaatsje voor ons huis was gevuld met gekleurde soldaten die op de grond lagen of tegen de muur in elkaar gezakt waren. We konden niets voor hen doen behalve hen water geven. We hadden twee grote metalen kannen die elk twee of drie liter bevatten en uren achter elkaar liep ik heen en weer naar de keuken om hen telkens weer op te vullen, de één na de ander, terwijl mijn moeder buiten bleef om het voor de soldaten uit te schenken om op te drinken … Urenlang schonk ik water … Ze konden ons niet vertellen wat er gebeurd was, maar we wisten dat het iets vreselijks was en dat de Duitsers elk moment zouden kunnen komen … Al die tijd, hoewel er geen granaten in de buurt vielen, konden we de kanonnen horen. Ze stopten geen moment. Ik zal het nooit vergeten.
de Milleville, geciteerd in Lyn MacDonald, 1915: The Death of Innocence, Londen, 1997, blz.198
Het gas kleurde het gras geel, verschrompelde de bladeren, doodde vogels, kippen, ratten en dieren op de boerderij. Men kan zich wel voorstellen wat het deed voor de longen en het zachte weefsel van de menselijke keel. Op Essex Farm aanschouwde McCrae de panische terugtocht van de frontlinie:
Terwijl we op de weg zaten zagen we de eerste Franse uitvallers – mannen met geweren, gewonde mannen, teams, wagens, burgers, vluchtelingen – sommigen over de weg, anderen dwars door het veld, iedereen praatte, schreeuwde – het beeld van een debacle … De mannen [de Canadezen die met McCrae dienden] waren geweldig; zonder woorden, zonder beven en het was een enorme beproeving … Zo kroop de koude nacht voorbij in het maanlicht – geen verandering behalve dat de torens van Ieper zich tegen de gloed van de brandende stad begonnen af te tekenen; en de granaten bleven maar vallen.
McCrae, geciteerd door John Prescott in lecture to Guelph Historical Society, Guelph Historical Newsletter, november 2003, http://www.guelphhistoricalsociety.ca/
newsletters.php?news=news_nov_03
De Duitse gasaanval opende de Tweede Slag om Ieper die tot 25 mei 1915 doorging. Canadese en andere geallieerde legers vochten met vreselijke verliezen – 59.000 Britse en 10.000 Franse troepen - om een Duitse doorbraak naar de stad te voorkomen. Het resultaat was dat de Britten gedwongen werden om de versterkte strook van de Salient een heel stuk terug te trekken tot ongeveer een kilometer bij de stad vandaan, waarbij de uiterste linkerflank tot aan het kanaal bij Boezinge kwam, ongeveer twee kilometer ten noorden van Essex Farm.
Voor de Canadezen van de 1ste Canadese Divisie was deze slag – één van de ergste gevechtsacties die ze in de hele oorlog zouden voeren – hun vuurdoop van het Westelijk Front. Er waren 5.975 slachtoffers onder de meer dan 18.000 mannen in de divisie en 3.508 hiervan vielen op één dag – 24 april 1915 – toen de infanterie te maken kreeg met grootschalige gas- en conventionele aanvallen. De linie wankelde en trok zich terug, maar de vijand brak niet door.
Van de Canadese slachtoffers werden meer dan 1.000 mannen gedood of stierven aan hun verwondingen. De grafstenen in Essex Farm met de vroegste overlijdensdata erop zijn van mannen van de 1ste Canadese Divisie: vijf infanteriemannen en één artillerieman die tussen 23 april en 3 mei 1915 stierven. In perceel 1, rij S, graf 5 ligt sergeant John Steel van de Canadese Infanterie, Manitoba Regiment, een 27 jarige Schot, die op 2 mei 1915 stierf.
Op diezelfde dag stapte de 22-jarige luitenant Alexis Helmer, van de 2de Batterij, 1ste Brigade van de Canadese Veldartillerie, uit zijn schuilhol en werd op slag gedood door de ontploffing van een Duitse granaat. Wat er nog over was van Helmer werd in zandzakken verzameld en die avond begraven, waarschijnlijk in Essex Farm, hoewel de meeste verslagen niet duidelijk zijn over Helmer’s begraafplaats.
John McCrae, die vanaf het begin van de slag onafgebroken op de verbandplaats van de Canadese brigade had gewerkt, las de begrafenisdienst voor Helmer. De jonge luitenant was een vriend en vroegere student van McCrae geweest en ter herinnering aan Helmer schreef McCrae één van de bekendste dichtregels uit de oorlog:
In de velden van Vlaanderen waaien klaprozen
Tussen de kruisen, rij op rij,
TDie onze plaats aanwijzen; en in de lucht
Blijven de leeuweriken dapper zingen,
Nauwelijks hoorbaar over het kanongebulder aan de grond.
Wij zijn de doden. Een paar dagen geleden
Leefden we, voelden de dauw, zagen de zon ondergaan.
Hadden lief en werden geliefd en nu liggen we
In de velden van Vlaanderen.
Zet onze strijd met de vijand voort.
Tot u gooien wij met falende hand de toorts
Aan u om hem hoog te houden.
Als u breekt met ons die sterven
Zullen wij niet slapen
Ook al bloeien er klaprozen
In de velden van Vlaanderen.
Gedenkteken op Essex Farm Cemetery voor het hier in mei 1915 geschreven ‘In Flanders Fields’ door John McCrae. [DVA]
Er zijn een aantal tegenstrijdige verslagen van de omstandigheden waaronder McCrae het gedicht schreef. In één versie zit de Canadese dokter op een trapje van het veldhospitaal bij Helmer’s pasgegraven graf te mijmeren terwijl vlakbij de plaatselijke klaprozen in de wind waaien. Een ander verslag beschrijft McCrae’s verdriet wat hem in twintig minuten de coupletten deed schrijven om tot rust te komen. McCrae vertelde zijn bevelvoerend officier, luitenant-kolonel Morrison, dat hij het stuk geschreven had om tijd te vullen, terwijl hij bij de verbandplaats op de komst van nieuwe gewonden wachtte.
Hoe McCrae het gedicht dan ook schreef, het werd uiteindelijk op 8 december 1915 in de London Punch gepubliceerd. Daarna groeide de populariteit snel. Met name het laatste couplet, met de agressievere stemming, werd in reclamecampagnes voor oorlogscollectes gebruikt, vooral in de Verenigde Staten toen dit land in 1917 bij de oorlog betrokken raakte. Na de oorlog werd de klaproos aanvaard als de herdenkingsbloem en werd veel gebruikt op herdenkingsplechtigheden zoals de dag van de wapenstilstand, wat nu Remembrance Day is, de gedenkdag van het beëindigen van de gevechten aan het Westelijk Front op 11 november 1918.
Het tekenen van het gastenboek bij het ‘In Flander’s Field’ herdenkingsteken bij de Britse verbandplaats van de Eerste Wereldoorlog naast Essex Farm Cemetery. [DVA]
Tegenwoordig zijn de papieren klaprozen die door het Britse legioen en door equivalenten van die organisatie in de landen van het oude Britse Gemenebest gemaakt worden, overal op graven in oorlogsbegraafplaatsen te zien. Bezoekers hebben vaak geen bekend familieverband met een soldaat uit de Eerste Wereldoorlog, maar klaprozen kunnen een effectieve manier zijn om op de ontelbare grafstenen en de verhalen over de mensen die eronder liggen te reageren.
Helaas ontvangen weinig andere begraafplaatsen de aantallen bezoekers die naar Essex Farm komen, op zoek naar de man die ‘In Flander’s Fields’ schreef en de verre grafstenen aan het eind van de begraafplaats krijgen veel minder aandacht dan degenen die welke zich dichtbij het hek van de begraafplaats bevinden.
Deze site wordt regelmatig aangevuld. Zie de Updates pagina voor regelmatige nieuwe toevoegingen.
© 2008 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - November 2008
![Grafsteen van schutter Valentine Joseph Strudwick, de geweerbrigade, Essex Farm Cemetery. [DVA]](/essex-farm/images/essex-13-tn.jpg)
![De overblijfselen van de medische verbandplaats van de Eerste Wereldoorlog, Essex Farm Cemetery. [DVA]](/essex-farm/images/essex-14-tn.jpg)
![Essex Cemetery, Belgium, c.1920. [AWM J00639]](/essex-farm/images/j00639-tn.jpg)
![John McCrae en zijn hond, ‘Bonneau’, c.1914. [C-046284, bibliotheek en archieven Canada]](/essex-farm/images/c-046284-tn.jpg)
![Gedenkteken op Essex Farm Cemetery voor het hier in mei 1915 geschreven ‘In Flanders Fields’ door John McCrae. [DVA]](/essex-farm/images/essex-15-tn.jpg)
![Het tekenen van het gastenboek bij het ‘In Flander’s Field’ herdenkingsteken bij de Britse verbandplaats van de Eerste Wereldoorlog naast Essex Farm Cemetery. [DVA]](/essex-farm/images/essex-6-tn.jpg)
![Klaprozen bij grafstenen, Essex Farm Cemetery. [DVA]](/essex-farm/images/essex-16-tn.jpg)