Boezinge, Essex Farm Cemetery
Voor opmerkelijke dapperheid – soldaat Thomas Barratt
Grafsteen van sergeant A G Cohen, West Yorkshire Regiment, Essex Farm Cemetery. De davidster op Cohen’s graf geeft aan dat hij het Joodse geloof had. Let ook op de stenen die door bezoekers bovenop de grafsteen zijn gelegd. De Joodse virtuele bibliotheek op www.jewishvirtuallibrary.orgzegt het volgende over de gewoonte van het leggen van stenen op graven: ‘Anders dan wat mensen met andere geloven doen, leggen Joden meestal geen bloemen op graven. In plaats daarvan leggen ze vaak stenen op het graf of op de grafsteen. De herkomst van deze gewoonte is niet zeker, maar het zou uit de oudheid kunnen stammen, toen een stapeltje stenen als merkteken werd gebruikt. De meest algemene verklaring is dat het plaatsen van stenen als symbolische handeling aangeeft dat iemand op bezoek is geweest en dat de dode niet vergeten is. [DVA]
Vanaf het Monument van de 49ste Divisie leidt een pad naar Essex Farm Cemetery, waar de overblijfselen liggen van 1.102 Britse soldaten en soldaten van het Britse Rijk. Anders dan op veel begraafplaatsen in de omgeving van de Ieper Salient zijn hier slechts twee graven die onbekend zijn. Dit komt omdat veel van de soldaten die hier begraven zijn aan hun verwondendingen overleden nadat ze van de frontlinie terug naar de verbandplaatsen in deze buurt waren gedragen.
In perceel I, net voorbij de hoofdingang bij het kruis van opoffering bevinden zich veel graven die dateren uit 1915. Dit zijn de graven van mannen van de infanteriebataljons van de 49ste (West Yorkshire) Divisie, met name de bataljons van het West Yorkshire Regiment (Prince of Wales’s own).
Ook in perceel I (in rij Z, graf 8) ligt soldaat Thomas Barrat uit Cosseley, Staffordshire, South Staffordshire Regiment, die op 27 juli 1917 in de strijd sneuvelde. Barrat’s graf is bijna altijd gemarkeerd met de bekende houten herdenkingskruisen van het Britse legioen met de klaproos in het midden, omdat hij een Victoriakruis ontving. De medaille staat op Barrat’s grafsteen gegraveerdomdat soldaten die een VC ontvingen de enigen zijn die op deze wijze door de Commonwealth War Graves Commission geëerd worden. Als een man het VC gekregen had, staat in het register van de begraafplaats ook het officiële citaat van de London Gazette waarin de daden beschreven worden waarvoor hij zo hoog gedecoreerd werd:
Voor opmerkelijke dapperheid, toen hij [Barratt] als verkenner bij een patrouille met volle moed en vastberadenheid zijn weg naar de vijandelijke linie vond, ondanks voortdurende nabije beschietingen door vijandelijke sluipschutters. Hij besloop en doodde deze sluipschutters. Later werd zijn patrouille op dezelfde wijze opgehouden en opnieuw ruimde hij de sluipschutters uit de weg. Toen tijdens het latere terugtrekken van de patrouille opgemerkt werd dat een vijandelijke groep hen trachtte te omsingelen, was soldaat Barratt meteen bereid om de terugtrekking te dekken en slaagde daar ook in. Zijn nauwkeurig schieten veroorzaakte vele slachtoffers bij de vijand en voorkwam dat deze op konden oprukken. Tijdens de hele onderneming werd hij zwaar beschoten door machinegeweren en geweren. Zijn geweldige voorbeeld van kalmte en moed ging alle lof te boven. Nadat onze linies weer veilig herwonnen waren, werd deze ontzettend dappere soldaat door een granaat gedood.
Er zijn veel individuele oorlogstragedies merkbaar door de opstelling van bepaalde graven op Essex Farm. Wat gebeurde er bijvoorbeeld met de mannen van het 17de Bataljon, King’s Royal Rifle Corps, die zij aan zij in een massagraf liggen, in perceel II, rij W, graven 1–9. De manier waarop zeven van de grafstenen elkaar bijna aanraken geeft de collectieve aard van deze begrafenis aan en dat, hoewel de overblijfselen van de mannen die op de grafstenen vernoemd worden zich hier inderdaad bevinden, zij niet noodzakelijk onder een eigen persoonlijke grafsteen liggen. Al deze soldaten sneuvelden op eerste kerstdag 1916.
Een rij graven van mannen van de King’s Royal Rifle Corps, allen gedood op 25 december 1916, Essex Farm Cemetery. [DVA]
Grafstenen van schutters C J Smith en F A Still, King’s Royal Rifle Corps, Essex Farm Cemetery. [DVA]
Deze site wordt regelmatig aangevuld. Zie de Updates pagina voor regelmatige nieuwe toevoegingen.
© 2008 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - November 2008
![Grafsteen van sergeant A G Cohen, West Yorkshire Regiment, Essex Farm Cemetery. De davidster op Cohen’s graf geeft aan dat hij het Joodse geloof had. Let ook op de stenen die door bezoekers bovenop de grafsteen zijn gelegd. De Joodse virtuele bibliotheek op
www.jewishvirtuallibrary.org zegt het volgende over de gewoonte van het leggen van stenen op graven: ‘Anders dan wat mensen met andere geloven doen, leggen Joden meestal geen bloemen op graven. In plaats daarvan leggen ze vaak stenen op het graf of op de grafsteen. De herkomst van deze gewoonte is niet zeker, maar het zou uit de oudheid kunnen stammen, toen een stapeltje stenen als merkteken werd gebruikt. De meest algemene verklaring is dat het plaatsen van stenen als symbolische handeling aangeeft dat iemand op bezoek is geweest en dat de dode niet vergeten is. [DVA]](/essex-farm/images/essex-9-tn.jpg)
![Grafsteen van soldaat Thomas Barratt, South Staffordshire Regiment, Essex Farm Cemetery. [DVA]](/essex-farm/images/essex-10-tn.jpg)
![Een rij graven van mannen van de King’s Royal Rifle Corps, allen gedood op 25 december 1916, Essex Farm Cemetery. [DVA]](/essex-farm/images/essex-11-tn.jpg)
![Grafstenen van schutters C J Smith en F A Still, King’s Royal Rifle Corps, Essex Farm Cemetery. [DVA]](/essex-farm/images/essex-12-tn.jpg)