België 1917: De Derde Slag om Ieper

Ieper, de Menenpoort

Map icon

 

Last Post

Bij de ingang van de Australian War Memorial, Canberra, worden bezoekers aan de Australische relatie met Ieper herinnerd – De leeuwen van de Menenpoort. De leeuwen stonden oorspronkelijk voor de Eerste Wereldoorlog aan beide kanten van de poort, toen het nog slechts een opening in de stadswallen was, waardoor de weg Menen binnenkwam. Beschadigd en tijdens de oorlog verwijderd lagen de leeuwen jarenlang tussen het puin en de ruïnes van de stad. In 1936 stelde de regeringsvertegenwoordiger van Australië in Londen, voormalig minister-president Stanley Melbourne Bruce, voor aan de burgemeester van Ieper om de beschadigde leeuwen aan Australië te schenken, waar ze eind jaren ‘80 werden gerestaureerd en tentoongesteld.

De Menenpoort met zijn stenen leeuwen, datum onbekend maar voor de Eerste Wereldoorlog. [Stedelijke Musea, Ieper]

De Menenpoort met zijn stenen leeuwen, datum onbekend maar voor de Eerste Wereldoorlog. [Stedelijke Musea, Ieper]

Eén van de in de oorlog beschadigde stenen leeuwen van de Menenpoort in Ieper, voor de verscheping naar Australië in het midden van de jaren ’30.

Eén van de in de oorlog beschadigde stenen leeuwen van de Menenpoort in Ieper, voor de verscheping naar Australië in het midden van de jaren ’30.

De gerestaureerde leeuwen van de Menenpoort bij de ingang van de Australian War Memorial, Canberra. [AWM]

De gerestaureerde leeuwen van de Menenpoort bij de ingang van de Australian War Memorial, Canberra. [AWM]

Wachten op de Last Post ceremonie, Menenpoort, Ieper. [DVA]

Wachten op de Last Post ceremonie, Menenpoort, Ieper. [DVA]

Als men door de hoofdingang van de Australian War Memorial kijkt, ziet men langs de leeuwen de Pool of Reflection en vervolgens naar de trappen naar de Hall of Memory. Hier vandaan lijkt het of de leeuwen van Ieper het beroemdste graf van Australië bewaken dat in de Hall ligt – the Tomb of the Unknown Australian Soldier (Het graf van de onbekende Australische soldaat).

De Onbekende Soldaat kwam naar de Menenpoort op de avond van 2 november 1993. Zijn doodskist werd gedragen op de schouders van een groep van zes mannen van de Australian Defence Force vanaf de Lakenhal, over de Grote Markt en langs de Meensestraat. Daar werd hij onder de grote bogen van het monument op de grond gezet onder de duizenden namen van de ‘vermisten’. Na een korte ceremonie speelden de bugelspelers van de Australian Defence Force en de Last Post Association van Ieper speelden de Last Post over het stoffelijk overschot van een soldaat die op het punt stond naar huis te gaan om iedereen die voor Australië had gevochten en was gestorven, te vertegenwoordigen in het hart van de hoofdstad van het land.

Wachten op de Last Post, Menenpoort, Ieper 
Wachten op de Last Post, Menenpoort, Ieper

Wachten op de Last Post, Menenpoort, Ieper 
Wachten op de Last Post, Menenpoort, Ieper

Wachten op de Last Post, Menenpoort, Ieper 
Wachten op de Last Post, Menenpoort, Ieper

Wachten op de Last Post, Menenpoort, Ieper [DVA]

De bugelblazers van de Last Post Association, lokale mannen met verschillende beroepen die aan de vrijwillige brandweer van Ieper verbonden zijn, hebben de doden van de Menenpoort sinds juli 1928 elke avond in een ceremonie geëerd. Het idee kwam van de politiecommissaris van Ieper, Pierre Vandenbraambussche die in Ieper was tijdens de eerste maanden van de oorlog toen veel bewoners van Ieper in de stad bleven, ondanks de Duitse beschietingen. Na getuige te zijn geweest van de onthulling van de Poort in 1927 bracht hij een groep gelijkdenkende vrienden samen, vooraanstaande burgers van de stad, om een manier te vinden waarop de opoffering van het Britse Rijk bij Ieper op een formelere wijze kon worden uitgesproken door die huizen waarvoor de Britse soldaten hadden gevochten om ze te beschermen. En zo kwam de dagelijkse ceremonie van het spelen van de Last Post onder de Menenpoort tot stand.

De Last Post wordt gespeeld, Menenpoort, Ieper. [DVA]

De Last Post wordt gespeeld, Menenpoort, Ieper. [DVA]

De enige keer dat de bugelblazers niet konden spelen was tijdens de jaren van de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. Er werd weer gespeeld op 6 septembber 1944, op de dag dat de Duitsers de stad verlieten. Het verhaal gaat rond dat Joseph ‘Fred’ Arfeuille, één van de vooroorlogse bugelblazer, verzocht en aangemoedigd werd om voor de eertste keer de Last Post in het bevrijde Ieper te spelen. Britse soldaten, die het geluid hoorden, hebben hem nadien kennelijk meegevraagd en hem stomdronken gevoerd. Een ander verhaal doet de ronde dat Fred al aardig aangeschoten was tegen de tijd dat hij bij de Menenpoort aankwam en eenmaal daar, aangemoedigd door de Britse, Poolse en Canadese soldaten de Last Post minstens zes keer speelde!

Luister
Audio icon
naar de Last Post gespeeld door
bugelblazers van de Last Post Association

Bugelblazers van de Last Post Association, Ieper [DVA]
Bugelblazers van de Last Post Association, Ieper [DVA]

Bugelblazers van de Last Post Association, Ieper [DVA]
Bugelblazers van de Last Post Association, Ieper [DVA]
Bugelblazers van de Last Post Association, Ieper [DVA]

Bugelblazers van de Last Post Association, Ieper [DVA]

Tegenwoordig trekt de Last Post ceremonie duizenden mensen naar Ieper. Terwijl tientallenjaren lang op koude winteravonden het misschien alleen de bugelblazers en een vertegenwoordiger van de Last Post commisssie onder de poort stonden, zijn er nu bijna altijd bezoekers, van kleine groepen in de winter tot grote menigten in de lente en zomer. De Last Post is Ieper’s voornaamste toeristenattractie geworden en trekt meer bezoekers dan welk ander monument of begraafplaats dan ook dat door de Commonwealth War Graves Commission verzorgd wordt. Dit werpt vragen op over de betekenis van de Menenpoort, vragen die er volgens de plaatselijke historicus Dominiek Dendooven vanaf het begin geweest zijn. Is het grootse monument eenvoudigweg een herdenking van de doden of een bouwwerk dat overwinning in de oorlog symboliseert? Of misschien wel allebei?

Australische soldaten lopen door de Menenpoort, Ieper, september 1917. [AWM E04678]

Australische soldaten lopen door de Menenpoort, Ieper, september 1917. [AWM E04678]

Gezien vanaf de Meense weg kan Bloomfield’s ontwerp geïnterpreteerd worden als een triomfboog. Gegraveerd op de muren, omgeven door lauwerkransen staan de woorden ‘Pro Patria, Pro Rege’, ‘For King and Country’, voor koning en vaderland. Dichters als luitenant Wilfred Owen MC, die gedood werd toen hij zijn mannen op 4 november 1918 in de strijd leidde, enkele dagen voor de wapenstilstand, zouden misschien erg sceptisch tegenover zulke openbare sentimenten hebben gestaan. In één van zijn beroemde gedichten die de vreselijke gasdood van een soldaat beschreef, eindigde Owen het gedicht met deze regels:

Als je kon horen, bij elke hort en stoot, het bloed,
Gorgelend uit met schuim aangetaste longen,
Afstotelijk als kanker, bitter als braaksel
Van smerige, ongeneeslijke zweren op onschuldige tongen,
Mijn vriend, dan zou je niet zo enthousiast
Aan kinderen gretig op wanhopige glorie,
De oude Leugen vertellen; Dulce et Decorum est
Pro patria mori.

De laatste woorden zijn van de Romeinse dichter Horatius en kunnen vertaald worden als’ het is mooi en goed om voor je vaderland te sterven’. Nog bozer was kapitein Siegfried Sassoon MC, een andere onderscheiden Britse officier die, na een ‘officiële’ behandeling voor oorlogsneurose, naar het front terugkeerde om zijn mannen niet in de steek te laten. Zijn gedicht, ‘On Passing the New Menin Gate’ geschreven in een hotel in Brussel op de dag na de onthulling door Plumer in 1927, bevat deze regels:

Wie zal, komend door de Poort,
zich de onheldhaftige Doden herinneren
die aan geweren werden gevoed?
Wie zal de stank van hun lot absolveren –
Die gedoemde, dienstplichtige, mannen zonder victorie?
Botweg vernieuwd, handhaaft de Salient zich.

Deze doffe verdedigers worden met dit prachtvertoon vergoed;
Vergoed, met een van vrede zelfgenoegzame hoop steen,
De legers die dat naargeestige moeras hebben moeten doorstaan.
Hier was de ergste wond ter wereld. En hier
beweert de Poort vol trots
‘hun naam zal voor altijd voortbestaan,’.

Was er ooit een opoffering zo verloochend
Als deze niet te tolereren naamloze namen?
De Doden, die in de drek worstelden, zouden wel kunnen
Oprijzen om deze tombe van misdaad uit te lachen.

Het reciteren van de ode, Last Post Ceremonie, Menenpoort. [DVA]

Het reciteren van de ode, Last Post Ceremonie, Menenpoort. [DVA]

De War Graves Commission heeft, volgens Dendooven, altijd zwaar gepleit tegen elke interpretatie die de Poort beschouwt als een verheerlijking van oorlog. Dat is een belediging, zo wordt er gezegd, voor de familieleden van de ‘vermisten’ die bij de poort een plaats vinden voor rouw en herinneringen. Inderdaad zullen de meeste bezoekers het eens zijn met Stefan Zweig, de beroemde Oostenrijkse pacifist en schrijver die, bij een bezoek aan de Poort in 1928 schreef:

Hier bestaat geen beeld van een koning, geen vernoeming van overwinningen, geen kniebuigingen voor geniale generaals, geen gewauwel over kroonprinsen en aartshertogen; slechts de bondige, nobele frontale inscriptie: Pro Rege, Pro Patria; For King, For Country, voor koning en vaderland. In zijn echte Romeinse eenvoud is dit monument voor zes en vijftig duizend indrukwekkender dan enige andere triomfboog die ik ooit als overwinningsmonument gezien heb en die indruk wordt nog verhoogd door de aanblik van de vele rouwkransen die daar voortdurend door weduwes, kinderen en vrienden worden gelegd.

Stefan Zweig, Berliner Tageblatt, 16 september 1928, Engelse vertaling in WG/219/2/1 Pt 3, Box 1011, Commonwealth War Graves Commission archives

Gedenkplaat van de Last Post Association, Menenpoort, Ieper.  [DVA]

Gedenkplaat van de Last Post Association, Menenpoort, Ieper. [DVA]

Een andere Engelse dichter, Edmund Blunden, vriend van Sassoon en redacteur van een editie van Wilfred Owen’s oorlogsgedichten, voelde het belang van plaatsen als de Menenpoort voor gewone mensen aan. In 1967 schreef hij een lange en complimenteuze inleiding bij de geschiedenis van de Commonwealth War Graves Commission, waarin hij op bewogen wijze schreef over een persoonlijk bezoek aan het Tyne Cot Monument bij Ieper waar 36.000 namen van ‘vermiste’ Britse soldaten worden herdacht, waarvoor geen plaats was op de Menenpoort.

Ik zag … namen die ik kende – ik begreep dat deze vermiste soldaten in de Slag om Passendale gestorven waren en iemand waar ik nooit meer van had gehoord sinds de slag was één van mijn leukste en hartelijkste schoolvrienden. Een paar maanden geleden brachten drie namen tegelijk drie van onze beste officieren terug in het zonnetje, zoals op die ongelofelijke laatste dag in de riviervallei onder Thiepval in 1916, de dag voor de start van de Slag om De Somme op 1 juli 1916. Drie namen op een stille steen … Drie bekende figuren, niet veel veranderd.

Edmund Blunden, in Philip Longworth, The Unending Vigil London, 1967, pp.XXIII–XXIV

Tegenwoordig maakt het spelen van de Last Post deel uit van een oude traditie voor de mensen van Ieper. Als hen de vraag zou worden gesteld, met de woorden van soldaat-dichter Siegfried Sassoon:

Wie zal, komend door de Poort,
zich de onheldhaftige doden herinneren,
die aan geweren werden gevoed?

zouden de bugelblazers van de Last Post Association trots antwoorden:

Wij!

De Menenpoort, c.1928 [AWM A02696]

De Menenpoort, c.1928 [AWM A02696]

Menenpoort, herfst. [DVA]

Menenpoort, herfst. [DVA]


Map icon

© 2012 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - December 2010