• english
  • french
  • belgian
Belgian

Zonnebeke, Tyne Cot Cemetery

Map icon

Dit was de bunker van Tyne Cot – het 40ste bataljon bij Tyne Cot

Men zegt dat het grote Opofferingskruis bij Tyne Cot op een heldere dag vanaf een schip in het Kanaal zestig kilometer ver weg met een verrekijker te zien is. Dit kruis torent inderdaad zoals geen ander in de omgeving boven de grafstenen. In de witte steen bevindt zich een schietgat dat een klein vierkant van verweerd beton omsluit, een stuk van de oorspronkelijke defensieve pillendoos, één van de vele die door de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog op dit slagveld gebouwd werden. Het kruis werd hier geplaatst op voorstel van Koning George V die Tyne Cot in 1922 bezocht, toen de begraafplaats gebouwd werd en hij opmerkte dat de oude pillendozen niet verwijderd waren. Men had ze laten staan als herinneringen aan de strijd van eind 1917 bij deze heuvelrug. Twee ervan zijn aan de linker- en rechterkant van de ingang van de begraafplaats te zien.

Het Opofferingskruis bij Tyne Cot Cemetery is bovenop een oude Duitse bunker of ‘pillendoos gebouwd. [DVA]

Het Opofferingskruis bij Tyne Cot Cemetery is bovenop een oude Duitse bunker of ‘pillendoos gebouwd. [DVA]

Het Opofferingskruis, Tyne Cot Cemetery, met het raam in de oorspronkelijke betonnen muur van de Duitse bunker. [DVA]

Het Opofferingskruis, Tyne Cot Cemetery, met het raam in de oorspronkelijke betonnen muur van de Duitse bunker. [DVA]

De heuvelrug van Broodseinde, Passendale, België, 4 oktober 1917. [AWM E00961]

De heuvelrug van Broodseinde, Passendale, België, 4 oktober 1917. [AWM E00961]

Deze specifieke pillendozen speelden een hoofdrol in een Australisch verhaal op 4 oktober 1917, de dag van de Slag om Broodseinde. Onder het schietgat dat in het kruis gelaten is staan deze woorden:

Dit was de bunker van Tyne Cot
Veroverd door de 3de Australische Divisie
Op 4 oktober 1917

Opschrift onder het Opofferingskruis, Tyne Cot Cemetery. [DVA]

Opschrift onder het Opofferingskruis, Tyne Cot Cemetery. [DVA]

Duitse bunker of pillendoos op de heuvelrug van Broodseinde, 17 oktober 1917. [AWM E01034]

Duitse bunker of pillendoos op de heuvelrug van Broodseinde, 17 oktober 1917. [AWM E01034]

Het was niet alleen de 3de Divisie die de eigenlijke grond waarop Tyne Cot Cemetary nu ligt veroverde, maar met name het 40ste Bataljon, het enige volledig Tasmaanse bataljon dat in de Eerste Wereldoorlog met de AIF vocht. Vanaf de muur aan de voorkant van Tyne Cot kun je over een geleidelijk aflopende helling negen kilometer terugkijken op Ieper met de torens van de Lakenhal en de Sint-Maartenskathedraal die boven de stad uitsteken. Iets meer naar links, ongeveer anderhalve kilometer de velden op, begonnen op de morgen van 4 oktober 1917 de vier bataljons van de 10de Australische Infanterie Brigade, waaronder het 40ste Bataljon, aan hun opmars naar Tyne Cot. De opdracht van het 40ste was de uiteindelijke aanval op Tyne Cot, terwijl de Tasmaniërs het 39ste Bataljon (Victoria) door moesten steken naar de heuvelrug:

Vanuit het 39ste Bataljon begon een hard gevecht met de zwaarste tegenstand. Bovenop de heuvelrug leken de loopgraven en de rij pillendozen erlangs te krioelen van mannen met machinegeweren … De enige mogelijke manier om op te rukken, was met korte bestormingen van granaattrechter naar granaattrechter. Het werd nog moeilijker gemaakt door een dikke gordel van draad voor ons, met erg weinig openingen.

Kapitein Frank Green, The Fortieth, Hobart, 1922, blz. 76

Uitzicht over het landschap vanaf de muur aan de voorkant van Tyne Cot Cemetery. In dit gebied deden de mannen van het 40ste Bataljon (Tasmanië) op de ochtend van 4 oktober 1917 bij de Slag om Broodseinde een aanval. [DVA]

Uitzicht over het landschap vanaf de muur aan de voorkant van Tyne Cot Cemetery. In dit gebied deden de mannen van het 40ste Bataljon (Tasmanië) op de ochtend van 4 oktober 1917 bij de Slag om Broodseinde een aanval. [DVA]

Uitzicht op de klokkentoren van de Lakenhal en de torenspits van de Sint-Maartenskathedraal in Ieper van achter het Opofferingskruis in Tyne Cot Cemetery. [DVA]

Uitzicht op de klokkentoren van de Lakenhal en de torenspits van de Sint-Maartenskathedraal in Ieper van achter het Opofferingskruis in Tyne Cot Cemetery. [DVA]

Zoals de vijand verwacht had, was er een opeenhoping van mannen in deze openingen en velen werden gedood en gewond. Onder dit vernietigende vuur probeerden de meeste officieren leiding te geven. Kapitein Cecil McVilley viel daarbij op, zijn compagnie aanmoedigend tot deze dappere officier ernstig gewond raakte. Tenslotte voerde kapitein William Ruddock zijn compagnie rond de zijkant van een bolwerk dat bekend stond als ‘Hamburg’ en kon zo op de Duitse stellingen vuren. Dit moedigde de Tasmaniërs aan en sergeant Lewis McGee rende met een pistool in zijn hand op een pillendoos voor het bolwerk af. Een schutter met een machinegeweer bovenop de pillendoos hield de Australiërs in granaattrechters in bedwang; McGee rende meer dan 50 meter over open veld, wat hem zeker het leven had moeten kosten en schoot de schutters van machinegeweren neer. ‘Hamburg’ werd onmiddellijk ingenomen, hoewel luitenant Norman Meagher in de haast gedood werd. Niets leek de Tasmaniërs nu nog van hun doel te weerhouden – niet het prikkeldraad, noch de pillendozen of de loopgraven van Tyne Cot zelf:

De eer om als eerste het doelwit te betreden … kwam toe aan korporaal E. D. [Edwin Dubelle] Weston, die iedereen versloeg op de 90 meter over open terrein. Hij raakte tijdens de race gewond, maar dat hield zijn aanvalskracht niet tegen, want hij nam de eerste pillendoos eigenhandig in beslag en werd daarna door zijn peloton versterkt … na een kort gevecht gaf de vijand zich over.

F C Green, The Fortieth, Hobart, 1922, blz. 77

Grafsteen van sergeant Lewis McGee, 40ste Bataljon (Tasmanië), Tyne Cot Cemetery. [DVA]

Grafsteen van sergeant Lewis McGee, 40ste Bataljon (Tasmanië), Tyne Cot Cemetery. [DVA]

Sergeant Lewis McGee, 40ste Bataljon (Tasmanië), in de strijd gedood 12 oktober 1917. [AWM A02623]

Sergeant Lewis McGee, 40ste Bataljon (Tasmanië), in de strijd gedood 12 oktober 1917. [AWM A02623]

Voor zijn dapperheid op 4 oktober in Tyne Cot werd sergeant Lewis McGee het Victoriakruis toegekend. Negen dagen later werd hij tijdens de Slag om Passendale gedood. Hij ligt begraven in Tyne Cot, perceel XX, rij D, graf 1. Luitenant Norman Meagher, 22 jaar oud, die volgens de historicus van het bataljon sneuvelde tijdens ’die dappere overmeestering’ waarbij het bolwerk de ‘Hamburg’ ingenomen werd, ligt in perceel XVI, rij A, graf 7. Korporaal Edwin Weston werd met een geweerschot uit de gevechten gehaald en moest naar een ziekenhuis. Toen hij begin november 1917 bij zijn eenheid vervoegde, werd hij tot luitenant bevorderd. Hij werd later voor zijn dapperheid aan de Hindenburglinie in september-oktober 1918 het Militaire Kruis toegekend. Kapitein Cecil McVilley’s wond was zo ernstig dat hij naar Engeland overgebracht moest worden en toen hij hersteld was, werd hij bij één van de meest exotische eenheden van de Eerste Wereldoorlog, ‘Dunsterforce’ in het Midden-Oosten, geplaatst die de taak had om de onwaarschijnlijke invasie van India door Duitse en Turkse strijdkrachten te voorkomen. Weston en McVilley overleefden de oorlog en keerden naar huis terug in Tasmanië.

Grafsteen van luitenant Norman Meagher, 40ste Bataljon (Tasmanië), Tyne Cot Cemetery. [DVA]

Grafsteen van luitenant Norman Meagher, 40ste Bataljon (Tasmanië), Tyne Cot Cemetery. [DVA]

Van de 50 mannen van het 40ste Bataljon die sneuvelden bij de Slag om Broodseinde en een dag later bij de inbeslagneming van de linie door het bataljon, hebben 70 procent een onbekend graf. Ze worden op de Menenpoort herdacht. Het bericht van hun overlijden werd naar huis gestuurd, naar gemeenschappen verspreid over de eilandstaat, naar plaatsen als Sassafras, Nile, Adventure Bay, Zeehan, Bradshaw’s Creek, Sandfly, Devonport en Hobart. Een klein aantal ligt misschien onder de grafstenen in Tyne Cot met de woorden:

Een Australische Soldaat van de Eerste Wereldoorlog,
Door God Gekend

Negen anderen, onder hen Lewis McGee en Norman Meagher, worden op hun graven geïdentificeerd. Ze liggen allemaal in de grond begraven waar ze op 4 oktober 1917 om gevochten hebben.

Onbekende Australische soldaat, Tyne Cot Cemetery. [DVA]

Onbekende Australische soldaat, Tyne Cot Cemetery. [DVA]

Slagveld nabij Broodseinde, 4 november 1917. [AWM E01147]

Slagveld nabij Broodseinde, 4 november 1917. [AWM E01147]

Australische soldaten graven een kanon uit, 4 oktober 1917. [AWM E01076] Australische waterdragers, Ieper, 28 september 1917. [AWM E00770]

Brancarddragers en gewonden rusten naast een pillendoos nabij Zonnebeke, oktober 1917. [AWM E01204] Vier Australiërs lopen over het plankier, nabij Zonnebeke, 22 oktober 1917.

Een Australische soldaat probeert een gewonde man te helpen in Chateau Wood, 29 oktober 1917. Australische pioniers leggen een plankier over de modder nabij Zonnebeke, 5 oktober 1917.

Soldaten herstellen het rangeerspoor van de spoorweg bij Zonnebeke, 30 oktober 1917. Het spoor leidt naar Ieper, rechtsboven op de foto. Australiërs op weg naar de linie, Ieper Salient, 28 oktober 1917.

De steenoven bij Zonnebeke met de overblijfselen van de kerk van Zonnebeke op de achtergrond, 5 oktober 1917. Een Duitse gevangene helpt Australische brancarddragers met het dragen van gewonden, 9 oktober 1917.

Kapotte kar, weg Ieper-Zonnebeke, oktober 1917. Overblijfselen van de kerk van Zonnebeke, oktober 1917.

Australiër in Ieper, oktober–november 1917


Map icon
Deze site wordt regelmatig aangevuld. Zie de Updates pagina voor regelmatige nieuwe toevoegingen.

© 2008 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - November 2008