Dit is de Nederlandse versie van deze pagina
Ga naar de Franse versie
Ga naar de Engels versie
België 1917: De Slag om Mesen
Zwarte-Leen, Hill 60
De donkere tunnels – Hill 60
In dit relatief laaggelegen gebied werd de hoogte van Hill 60 een doelwit voor beide legers en vanaf eind 1914 werd er voortdurend om gevochten. De ondergrondse mijnbouw begon in het begin van 1915 toen Britse mijnwerkers een tunnel naar de Duitse linies groeven met de ‘clay kicking’ methode. Een mijnwerker ligt op zijn rug met metalen stukken aan zijn laarzen, duwt zijn voeten in de wand van de tunnel en brengt vervolgens de losgewerkte grond naar hem toe. Het was heet, zwaar werk in een neerslachtige omgeving, maar kennelijk relatief stil en efficiënt. De Britse journalist Philip Gibbs beschreef de werkomgeving van de tunnelgravers als volgt:
Ik was de donkere tunnels ingegaan, laaggebukt, terwijl mijn stalen helm met harde klappen die door mijn ruggenwervels schokten, tegen de bovenliggende lage steunbalken stootte en ik kwam in een mijngang, waar ik rechtop kon staan en in elektrisch licht gemakkelijk kon lopen. Ik kon hier het levendige gebrom horen van grote motoren, het gemompel van mannenstemmen in donkere holen en zag slapende mannen op stapelbedden in duistere holtes vlak onder de Duitse linies. Ik kon door een vreemd instrumentje luisteren, dat een microfoon genoemd werd, waarmee ik het geschuifel van Duitse voeten in Duitse mijnschachten, het vallen van een houweel of een schop en het uitkloppen van Duitse pijpen tegen houtskoolkacheltjes duizend meter verderop kon horen.
Philip Gibbs, Now It Can Be Told, Londen, 1920, op http://www.gutenberg.org/dirs/etext02/nicbt10.txt
Op 9 november 1916, nam de 1ste Australische Tunnel Compagnie de mijnschachten van Hill 60 over. Tegen die tijd liepen de schachten meters diep onder de Duitse linies door, waar ze met zware explosieven waren opgevuld en afgesloten. Elektrische ontstekingskabels liepen langs de afgesloten mijnschachten naar de explosieven en het was de taak van de inkomende Australische mijnwerkers om ervoor te zorgen dat de vijand de mijnen niet ontdekte en de kabel niet doorsneed. De ondergrondse verdedigingsgangen en mijnschachten die door deze ‘Diggers’ mijnwerkers gegraven waren hadden een echt Australische tintje door de namen die hen verleend waren – Melbourne, Sydney, Adelaide, Perth, Hobart, Newcastle en Brisbane.
De bescherming van de grote mijn maakte deel uit van de voorbereidingen voor het grote Britse ‘Offensief van Vlaanderen’ dat voor de tweede helft van 1917 rond Ieper gepland was. Hill 60 was het meest noordelijke punt van een Duitse uitstulping of ‘salient’ in de Britse linies die hiervandaan tot St Eloi en Petit Bois naar Ploegsteert Bos ten zuiden van Mesen liepen. Het was om deze linie recht te maken, tijdens de voorbereidingen van de grotere operatie die voor eind juli 1917 aan de oostkant van Ieper gepland was, dat de Slag om Mesen op 7 juni 1917 gevochten werd. Bij de aanvang van de slag, om 3u10 werden 19 grote mijnen op verschillende plaatsen langs de linie bij de salient tot ontploffing gebracht. Deze mijnen, zoals de mijn bij Hill 60, waren tijdens het jaar voor de aanval op Mesen onder de Duitse stellingen gegraven. Zeven maanden lang, alvorens het opblazen van de mijn bij Hill 60, was het aan de Australiërs ervoor te zorgen dat de Duitsers deze niet zouden vinden.
De Duitsers waren zich bewust van de Britse pogingen om mijnen onder Hill 60 te bouwen en spreidden op verschillende dieptes tientallen ontdekkingsschachten uit om ze te vinden. Dit leidde tot een ondergrondse oorlog, omdat de Australiërs probeerden om de Duitse tunnels te ontdekken en deze te vernietigen. Een typische ontmoeting in de tunnels van Hill 60 gebeurde op 25 mei 1917, slechts twee weken voor de langverwachte aanval op Mesen, toen de mijn tot ontploffing zou worden gebracht. Op dat moment zou ontdekking rampzalig zijn geweest. Op die dag vuurden de Duitsers een kleine mijn af in een schacht die zich bijna direct recht boven de hoofdgalerij in Hill 60 bevond. Hierdoor stortte een Australische verdedigingsgang in, waardoor twee Australische mijnwerkers, die op ‘luisterwacht’ stonden voor vijandelijke activiteiten, geïsoleerd werden. Sappeur Edward Earl uit Geelong, Victoria ging rustig door met zijn luisterwerk en hoorde een Duitser in een mijnschacht lopen, precies boven de plaats waar de grote mijn begraven was.
Gezicht op de grote krater bij Hill 60, het resultaat van de mijn die door de 1ste Australische Tunnel Compagnie op 7 juni 1917 tot ontploffing werd gebracht bij de start van de Slag om Mesen. [AWM E00582]
In het begin werd Earl voor dood opgegeven. Opgesloten in de gang maakte hij zijn testament op en schreef een brief naar zijn moeder. Hij kon signalen uit een nabije mijnschacht horen van de andere begraven luisteraar, sappeur George Simpson uit Chatswood, New South wales, maar stopte met zijn eigen signalen, opdat de Duitsers ze niet zouden horen en zo de lokatie van de grote mijn zouden ontdekken. Op de dag na de grote ontploffing, terwijl rommel uit het gebied geruimd werd, hoorde sappeur George Goodwin uit Guildford, New South Wales, Earl’s signalen ongeveer 10 meter van de plaats waar hij aan het werk was. Op 27 mei werden Earl en Simpson gered. Helaas leed Earl aan asfyxie en stierf drie maanden later van de gevolgen.
© 2012 Department of Veterans' Affairs and Board of Studies NSW :: Last update - December 2010
![Oorlogsruïnes, Hill 60. [DVA]](/zwarte-leen/images/hill-60-3-tn.jpg)
![De dynamo, Hill 60, Will Dyson, 1917. [Litho op papier, AWM ART02209.013]](/zwarte-leen/images/awm-art02209-013-tn.jpg)
![Huiselijke gemakken in de tunnels, Hill 60, Will Dyson, 1917. [AWM ART02280.005]](/zwarte-leen/images/awm-art02280-005-tn.jpg)
![Gezicht op de grote krater bij Hill 60, het resultaat van de mijn die door de 1ste Australische Tunnel Compagnie op 7 juni 1917 tot ontploffing werd gebracht bij de start van de Slag om Mesen. [AWM E00582]](/zwarte-leen/images/awm-e00582-tn.jpg)